08-06-2010

SURINAAMSE MUNTGESCHIEDENIS MINT HISTORY SURINAME 2010 DE SURINAAMSCHE BANK 1865 MS




ANTON DE KOM MS BELANGRIJK PERSONEN VOOR SURINAME







03-04-2010

35 JAAR SREFIDENSI 1975 2010 NATIONALE VLAG VAN SURINAME MS

Vlag van Suriname

De nationale vlag van Suriname werd officieel in gebruik genomen op 25 november 1975, bij de viering in het sportstadion van het bereiken van de onafhankelijkheid van het land. De vlag bestaat uit vijf horizontale strepen, van boven naar onderen in de kleuren groen (dubbele breedte), wit, rood (viervoudige breedte), wit en groen (dubbele breedte). In het centrum van de vlag bevindt zich een gele, vijfbenige ster.
Het rood symboliseert de vooruitgang en de strijd voor een beter bestaan; het wit staat voor vrijheid en gerechtigheid en de kleur groen is symbool voor de vruchtbaarheid van het land. De ster symboliseert de hoop op een "gouden" toekomst. Volgens Surinames eerste president, Johan Ferrier, in Laatste gouverneur, eerste president (2005), is de positie van de punten nog onderwerp van debat geweest en werd ervoor gekozen twee punten omlaag te richten: 'met beide benen stevig op de grond'.
[

27-03-2010

LEO GLANS SURINAAMSE SCHILDER 1911 1980








Biografie


Al op jonge leeftijd raakt Leo Glans gepassioneerd door de kunst en ontstaat de vurige wens ooit portretschilder te worden. In Paramaribo was hiervoor geen officiële opleiding. In 1929, hij is dan 18 jaar, reist hij van Suriname naar Nederland om zijn droom te verwezenlijken. In vier jaar tijd weet hij als eerste Surinamer de Rijksakademie van Beeldende Kunsten met succes af te ronden. Na tien jaar schilderen wordt Leo ziek en maakt het licht ten gevolge hiervan langzaamaan plaats voor het duister: Leo Glans wordt blind.
Zorgvuldig verbergt hij zijn oeuvre voor de rest van de wereld en gaat zich toeleggen op een nieuwe passie: het verzamelen van kunst. Zijn vrouw, Anna Glans-Voorhoeve, helpt hem door de werken te beschrijven, waarna Leo besluit het al dan niet aan te kopen. Zo blijft hij, ook zonder te kunnen zien, altijd even hartstochtelijk zijn leven wijden aan de kunst.

1911
Op 11 april 1911 wordt Leo Hendriques Hugo Glans (roepnaam Leo) geboren in Paramaribo (Suriname), als eerste zoon en tweede kind van Cornelis Gustav Glans (1882-1954) en Helena Bruijning (1889-1957). Leo Glans krijgt nog zes zusters en één broer André Glans (1926-1999).


1924
Leo experimenteert met allerlei vormen van decoratie zoals textiele werkvormen en handvaardigheid, sjabloneren, batikken, schilderen op glas, brandschilderen, tekenen en ontwerpen. Bij deze bezigheden wordt hij gestimuleerd door Wim Bos Verschuur (1904-1985), die in Paramaribo een meubelwerkplaats heeft waar hij zelf ontworpen meubels maakt.
1925
Leo gaat lessen volgen in het atelier van de Griekse schilder John Pandellis, waar naar platen en stillevens wordt geschilderd. Pandellis hanteert zelf een impressionistische schilderwijze. Leo kopieert ook schilderijen van Pandellis met boten, stillevens en bloemstukken.
1927-1929
Wim Bos Verschuur opent het atelier ‘Vincent van Gogh’ in de Domineestraat, dat een ontmoetingsplaats wordt voor kunstvrienden. Leo gaat bij Bos Verschuur teken- en schilderlessen volgen en brengt ook daarbuiten veel tijd door in het atelier. Hij schildert er bijbelse voorstellingen naar reproducties en helpt Bos Verschuur bij diens reclame- en decoratieopdrachten. Wim Bos Verschuur vraagt een studiebeurs aan voor de akte MO-tekenen aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam en geeft Leo het programma van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten aldaar, met onder andere informatie over het schilderen van portretten en naaktmodellen. Naar aanleiding daarvan besluit Leo met Bos Verschuur mee te gaan naar Amsterdam.

1929
In augustus komt Leo met het stoomschip Nickerie van de Koninklijke West-Indische Mail aan in Amsterdam.

Hij gaat in de Van Kinsbergenstraat nr. 26 op kamers wonen bij de familie Jonker, een Nederlandse katholieke familie. Leo wordt volledig in het gezin opgenomen en krijgt door zijn vriendschap met dochter Emmie en zoon Jan Jonker snel een grote vriendenkring. Hij blijft er ruim vijf jaar wonen. Bij deze familie heeft ook de Surinaamse schrijver Albert Helman gewoond.

Hoewel de inschrijvingstermijn al is verstreken, mag Leo na een gesprek met de hoogleraar tekenen J.H. Jurres (1875-1946) en het tonen van enkele werken, waaronder een kopie van een Christuskop (ca.1640) naar Guido Reni (1575-1642), aan het toelatingsexamen van de Rijksakademie deelnemen. Hij krijgt een positief advies. Ter voorbereiding op de Rijksakademie gaat Leo vijf dagen in de week bij de schilder, tekenaar en graficus Jan Uri (1888-1969) in Amstelveen tekenlessen volgen. Uri is leraar aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam.
Jan Uri
1930
Leo meldt zich aan voor het toelatingsexamen (29 september-2 oktober) van de Rijksakademie. Hij slaagt en wordt toegelaten tot de cursus 1930-1931. Een van de opdrachten was een stilleven met een kist, een kralenketting, een kaarsenstandaard en boeken. In oktober 1930 begint Leo aan zijn eerste jaar aan de Rijksakademie. Zijn klas bestaat verder uit zeven vrouwelijke (S.A.A. Aronson, Maura Blans, Fietje Geesink, V.M.H. Horstman, Rie Knipscheer, Dorothea Kühnen en A. Meijs) en twaalf mannelijke studenten (Wessel Couzijn, A. van Eewijk, G.L. Furiacovics, August Grotegoed, Sem Hartz, J. Kroon, Pieter Kuhn, Th. Meijer, Wim Oepts, A.C. van Santen, Kurt Sluizer en R. Schuurman).
1931-1932

Aan het eind van het eerste studiejaar haalt Leo alle examens met uitzondering van het examen ‘praktisch tekenen’, dat hij voor de kerstvakantie moet overdoen. Hij mag echter wel naar het tweede jaar. Leo wordt vrijgesteld van het herexamen, nadat hij zijn leraren zijn tekening naar de ‘Piëta’ van Michelangelo heeft laten zien.
Pieta naar sculptuur van Michelangelo.(zie Tekeningen)
Leo heeft inmiddels veel vrienden waar hij veel uitstapjes mee maakt. In de zomervakanties gaan ze vaak kamperen in o.a. Soestdijk, Blaricum en Schoorl.
1931-1932

Op 15 september 1931 richten Leo en zes van zijn vrienden de sport- en ontspanningsvereniging “The Happy Scouts” op.
Het bestuur van "The Happy Scouts"Leo: links boven.
In oktober 1931 begint Leo aan zijn tweede jaar van de Rijksakademie. Hij slaagt voor het examen van de tweede tekenklas en mag door naar de vakklas, de schilderklas. Hij kiest voor de vrije schilderklas van prof. Hendrik Jan Wolter (1873-1952) i.p.v. de monumentale schilderklas van prof. Richard Roland Holst (1868-1938).
1933- 1934

Aan het einde van het vierde cursusjaar studeert Leo met goed gevolg af op het schilderij ‘Violoncellist’. Hij besluit nog een jaar op de akademie te blijven om zich voor te bereiden op de wedstrijd voor de Prix de Rome van 1938. Hij verhuist naar de Vossiusstraat, omdat hij een eigen atelier wil met goed licht.
1934- 1935

In het voorjaar krijgt Leo last van zijn enkel, die hij vaak verzwikt. Van een speciale schoen krijgt hij een blaar die gaat ontsteken. In september 1934 gaat hij hiervoor naar het ziekenhuis en wordt er vier weken opgenomen. Dit was waarschijnlijk de eerste uiting van het bestaan van lepra.In maart /april 1935 verhuist hij naar de Stadhouderskade nr. 114d, waar hij een aquarel maakt van zijn eerste ‘eigen’ atelier.
Aquarel van Leo's eerste atelier.(zie ook pagina ("schilderijen").
Na enige tijd krijgt Leo weer last van zijn enkel en gaat hij naar het ziekenhuis voor een operatie. In het ziekenhuis ontmoet hij de leerling-verpleegster Anna Voorhoeve. Leo wordt voor het eerst echt verliefd. De verliefdheid blijkt wederzijds te zijn. Vanaf die tijd blijven zij bij elkaar.

1936- 1938

Na zijn traditionele opleiding begint Leo te experimenteren met modernistische stromingen zoals kubisme en expressionisme. In 1936 en 1937 schildert hij veel stillevens, waaronder ook bloemstillevens. Tot en met 1938 zijn er gedateerde en gesigneerde schilderijen te traceren.
1940- 1945


Leo Glans wordt na 1938, waarschijnlijk in het begin van de jaren veertig, blind ten gevolge van lepra.Voor Leo kwam het nieuwe medicijn Dapson, dat in 1948 op de markt werd gebracht, te laat. Het medicijn heeft de misvorming aan zijn handen en voeten niet kunnen stoppen maar vermoedelijk wel vertraagd. In de oorlogsjaren was er nauwelijks transport via schepen en vliegtuigen van Suriname naar Nederland en omgekeerd. Er was als gevolg daarvan geen contact mogelijk tussen Leo en zijn ouders. Zij ontvingen pas na de oorlog een brief met de slechte tijding over zijn blindheid. Leo’s vader heeft vreselijk moeten huilen om de blindheid van zijn zoon. In de families van Leo en Anna werd niet over zijn ziekte gesproken. Het verschijnsel lepra was in die tijd nog taboe.
1946- 1980


Leo Glans en Anna Voorhoeve trouwen op 2 mei 1946 in Amsterdam.In november 1955 verhuizen Leo en Anna naar Wassenaar (Deylerweg 18). Leo en Anna leggen als gezamenlijke levensvervulling een veelzijdige en waardevolle kunstcollectie aan.In de jaren zestig wordt bij Leo Glans in het ziekenhuis Westeinde in Den Haag een been geamputeerd. Hij sterft op 9 oktober 1980 in hun woning in Wassenaar.
Anna Voorhoeve blijft in Wassenaar wonen en overlijdt op 6 februari 2000 in het ziekenhuis te Leidschendam.

13-03-2010

SURPOST MUZIEK FESTIVAL 2010 DAMARU EN LIEVE HUGO

LIEVE HUGO

13-12-1934
Geboren als Julius Theodorus Hugo Uiterloo aan de Grote Dwarsstraat (thans Waaldijkstraat) in Paramaribo
1963
Uiterloo zingt in het Centraal Koor van de Rust & Vrede-kerk te Paramaribo. Hij speelt drums in Sluisdom en bij de saxofonisten George Schermacher en Jopie Vrieze.
1967 - 1970
Hugo Uiterloo maakt deel uit van de kaseko-formatie Orchestra Washboard. Deze band brengt de verandering van bigi-poku naar kaseko tot stand. Bigi-poku is tot het eind van de jaren '60 de belangrijkste Afro-Surinaamse dansmuziek. Door allerlei invloeden verandert dit in kaseko.
1970
Orchestra Washboard komt naar Nederland voor een optreden in het Concertgebouw tijdens het Holland Festival. Na een Nederlandse tournee gaat Uiterloo terug naar Paramaribo waar hij meer optreedt dan zijn zwakke hart aankan. Dokters adviseren hem naar Nederland te gaan om zich te laten behandelen.
1972
Hugo trouwt met Jetty Bouman.
1974
Hugo maakt zijn eerste album: The King of Kaseko. Stan Lok-Hin produceert het debuutalbum. De plaat verkoopt uitstekend. Lok-Hin voegt zich al snel als trompettist en arrangeur bij de begeleidingsband van Uiterloo (The Happy Boys).
1975
Tijdens een optreden met zijn begeleidingsband de Happy Boys in club Sosa te Amsterdam wordt Uiterloo geveld door een hartaanval. Op 15 november overlijdt hij in het OLVG in Amsterdam. Zijn lichaam wordt naar Suriname gevlogen waar het twee dagen voor de Dag van de Onafhankelijkheid begraven wordt.
1976 – 1978
Uiterloo's voormalige begeleidingsband Happy Boys treden op en maken platen. Via platenmaatschappij Dureco worden twee albums uitgebracht.


DAMARU

Dino Orpheo Canterburg werd geboren in Paramaribo, Suriname.
Damaru groeide op in de volkswijk Latour in een gezin met zes kinderen. Damaru begon op 13 jarige leeftijd met rappen, waarna hij het ook als zanger probeerde. Zijn zangtalenten bleken een groot succes toen hij zich bij de formatie 'Lava Boys' voegde. Enkele tijd later en na wat meer oefenen voegde hij zich bij de 'New Jack Boys', waar hij opnieuw voor succes zorgde. Damaru dankt zijn naam aan zijn grote idool Tupac, wiens tweede naam Amaru was. De D van Dino ervoor en zo is zijn artiestennaam ontstaan.
Momenteel is de Surinaamse zanger Damaru hot in zijn geboorteland. Hij staat daar al weken op 1 met zijn romantische song 'Mi Rowsu' (mijn roos). Damaru heeft een dochter Denoura (zijn rowsu). Damaru scoorde eerder al enkele grote hits in Suriname. Hits als 'Yu Na Mi Engel' (je bent mijn engel), 'Hey Baby' en 'Sranang Koningin'. Hij is ongekend populair in Suriname, maar ook daar buiten. Door deze successen heeft Damaru vaak als support act van grote reggae sterren in Suriname opgetreden. Zo opende hij het podium voor onder andere Ziggi en Fantan Mojah. Hij dook daarnaast, zowel in Nederland als in Suriname, de studio in met Jerry en Ruben van The Partysquad. Damaru heeft al met vele artiesten samengewerkt. Onder andere met Poppe, Booster, Tranga Rugie en The Generals. Damaru is ook filmmaker, hij komt in 2008 met zijn eerste film waarvan hij het script zelf heeft geschreven. Voor zichzelf heeft hij slechts een figurantenrol gereserveerd. De film heeft dezelfde naam gekregen als zijn huidige nummer 1 hit 'Mi Rowsu The Movie'. Het project is met ondersteuning van vrienden en familie tot stand gekomen.
De populaire Damaru heeft plannen om naar Nederland te komen voor de opnames van de videoclip 'Mi rowsu remix' met Yes-R. Dit op uitnodiging van de Nederlandse rapper, die in 2008 nog in een uitverkochtte concertzaal in Suriname stond. Damaru geeft aan dat hij zo'n beetje alles wel heeft bereikt in Suriname en nu naar mogelijkheden in het buitenland zoekt en dat de samenwerking met Yes-R zeker een opstap kan zijn. Onlangs heeft Damaru de videoclip 'Laat water' gelanceerd van zijn nieuwste album 'Schatje lief' die onlangs is uitgekomen.
Damaru geeft aan een tijdje in Nederland te willen blijven, om zo te werken aan zijn internationale carriere. Hij dook op in programma's als 'Raymann is laat', 'Dichtbij Nederland' en probeert zo naamsbekendheid in Nederland op te bouwen. Damaru beschouwt zichzelf als de navolger van Michael Jackson. Hij is een superster en heeft wereldwijd bewezen dat hij het kan. De danspasjes van Michael heeft Damaru al onder de knie. Nu nog de wereld veroveren!
Inmiddels heeft Damaru een contract getekend bij het label 'Top Notch'. Met Top Notch hoopt hij defintief door te breken in Nederland. Juni 2009 wordt Mi Rowsu (Tuintje in mijn hart) in Nederland uitgebracht. Er is ook een videoclip die inmiddels wordt vertoond op TMF. In juli 2009 komt hij met nieuwe tracks, momenteel is hij bezig met samenstellen van de tracks/beats en de bijbehorende lyrics.
Damaru en Jan Smit zijn samen de studio ingedoken om een nieuwe versie van de zomerhit 'Tuintje in mijn hart' tweetalige op te nemen. Het is voor het eerst dat de Volendammer in hart en nieren Jan Smit zich in het Surinaams laat horen. De opbrengst van het nummer gaat naar SOS-kinderdorpen, een stichting die zich richt op het welzijn van weeskinderen en verlaten kinderen.
Damaru's motto luidt: 'If u can't fight the men join him'.


");
// -->
© 2009 SurinamStars

12-03-2010

PARAMARIBO SPAN 2010 CONTEMPARY ART AND VISUAL CULTURE

Paramaribo SPAN is a conversation about contemporary art and visual culture in Suriname. It concludes with an exhibition in Paramaribo running from 26 February to 14 March, 2010, accompanied by a book published in three language editions.

http://paramaribospan.blogspot.com/

08-03-2010

150 JAAR MAX HAVELAAR 1860 2010

Max Havelaar, of De koffieveilingen der Nederlandse Handelmaatschappij[1] (ook wel Max Havelaar genoemd) is een boek van Eduard Douwes Dekker, alias Multatuli, geschreven in 1859 in Brussel en voor het eerst gepubliceerd in 1860. Het is een van de belangrijkste werken uit de Nederlandse literatuur. Max Havelaar is ook de naam van de hoofdpersoon uit het boek. Het boek werd in 1976 verfilmd.



28-02-2010

DEFINITIVE SERIE INDEPENDENCE-SURINAME-ONAFHANKELIJKHEID

Onafhankelijkheid
De onafhankelijkheid 1975Het streven naar de onafhankelijkheid werd op 15 februari 1974 aangekondigd door premier H.A.E. Arron. In de regeringsverklaring werd opgenomen dat de onafhankelijkheid ‘per ultimo 1975’ zou plaatsvinden.Voor 1974 waren er natuurlijk al enkele nationalistische c.q. politieke groeperingen die de onafhankelijkheid van Suriname propageerden m.n. de P.N.R. (Partij Nationalistische Republiek
Niet alle groeperingen in het land waren voorstanders van de onafhankelijkheid, maar na het bereiken van consensus omtrent de totstandkoming van de onafhankelijkheid hebben de oppositionele als coalitie partijen elkaar de hand gereikt.Met name Jagernath Lachmon (voorzitter van de Verenigde Hervormings Partij- V.H.P en leider van de oppositie) en Henk Arron (Minister-President van Suriname en leider van de coalitiepartijen, de Nationale Partij Kombinatie- N.P.K.) gaven elkaar, na een conflict van langer dan een jaar, een warme ‘brasa’ (omhelzing).
Op 19 november 1975 keurden de Staten unaniem de nieuwe grondwet en de vlag van Suriname goed en stemden voor de beëindiging van het Statuut. (koninkrijksrelaties)Op 25 november 1975 vond de proclamatie plaats van de onafhankeljke Republiek Suriname, in aanwezigheid van premier Den Uyl en kroonprinses Beatrix.Als eerste president van de Republiek Suriname werd J.H.E. Ferrier, beëdigd.
Akte van Souvereiniteit
Akte van Erkenning
De vlag van de Republiek Suriname
Wapen van de Republiek Suriname
Bevolkings samenstelling
Volkslied van de Republiek Suriname
Akte van SouvereiniteitWij, de President van de Republiek Suriname, op heden de 25ste november 1975 in buitengewone plechtige vergadering van het Parlement van Suriname in de aula van de Universiteit van Suriname:Gelet op artikel 62 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waardoor de statutaire band vanaf heden is beëindigd;Verklaren dat de Republiek Suriname vanaf heden de status van onafhankelijke en souvereine staat bezit:Bevelen dat deze akte met onze handtekening bekrachtigd en mede-ondertekend door alle Ministers, afgekondigd zal worden op heden de 25ste november 1975 door plaatsing in het Staatsblad.
Gedaan te Paramaribo, de 25ste november 1975.

Akte van ErkenningWij Juliana, op heden de 25ste november;Gelet op het streven van de regering van Suriname om de onafhankelijkheid van Suriname te verwezenlijken;Gelet op artikel 62 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waardoor de statutaire band met Surianme vanaf heden is beëindigd en gelet op de akte van souvereiniteit van Suriname,Verstaan, dat wij mitsdien op heden de 25ste november als een onafhankelijke en souvereine staat Suriname erkennen.Bevelen dat deze akte, met onze handtekening bekrachtigd en mede ondertekend door onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Ministers van Surinaamse en Antilliaanse Zaken, van Buitenlandse Zaken en van Justitie, in handen zal worden gesteld van de regering van Suriname en dat onze Minister van Buitenlandse Zaken een gewaarmerkt afschrift van deze akte zal verzenden aan beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Raad van State van het Koninkrijk, aan de Hoge Raad der Nederlanden, alsmede aan de Gouverneur en de Staten van de Nederlandse Antillen.
Gedaan te Den Haag, 25 november 1975.

De vlag van de Republiek SurinameDe vlag van de Republiek Suriname bestaat uit een rechthoekig veld, waarop vijf horizontaal lopende balken (resp. groen, wit, rood, wit, groen) en een vijfpuntige gele ster voorkomen.Het groen, aldus de toelichting van de regering, symboliseert de vruchtbaarheid van Suriname; tevens verbeeldt deze kleur de hoopvolle verwachting, het nieuwe Suriname.Het wit symboliseert gerechtigheid en vrijheid.Het rood symboliseert de progressiviteit, het nimmer aflatend streven van de natie zich met de daad te blijven inzetten voor de vernieuwing van de mens en samenleving.De gele ster symboliseert de opofferende eensgezindheid en de gerichtheid op de gouden toekomst.Met het in top gaan van dit nationale symbool op 25 november 1975 kwam de in 1959 vastgestelde uitvoering van de vlag te vervallen.

Wapen van de Republiek SurinameOp de onafhankelijksheidsdatum van Suirname kreeg de Republiek het officiële wapen, waarin een aantal elementen uit het oude-niet-officiële-wapen is opgenomen, zoals het devies ‘ Justitia – Pietas – Fides’ ( gerchtigheid, liefde, trouw), de Indiaanse schilddragers en het schip. Deze drie elementen zijn al te vinden op het zegel dat in 1683 werd vastgesteld door de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie.De linkerhelft, aldus de toelichting van de regering, symboliseert het verleden, waarin de slaven per schip uit Afrika werden aangevoerd. De rechterhelft is de kant van het heden, gesymboliseerd door de koningspalm, ook het symbool van de gerechte mens (‘De gerechte zal opbloeien als een palm’).De ruit is de gestileerde vorm van het hart, dat als het orgaan van de liefde wordt beschouwd. De punten van de ruit zijn naar de vier windstreken gericht. Als symbool van vertrouwen verzinnebeeldt de ster, naast hoop, verwachting en vrede, ook het ‘Fides’ uit de wapenspreuk. De vijf punten waaruit de ster bestaat, herinneren behalve aan de vijf werelddelen, bovendien nog aan de vijf grote bevolkingsgroepen waaruit de Surinaamse natie bezig is te ontstaan.
(Bron Vlag en Wapen van de Republiek Suriname: Encyclopedie van Suriname, Stichting Encyclopaedie van Suriname, B.V. Uitgeversmaatschappij Argus Elsevier, ISBN 9010018423, 1969)

Bevolkings samenstellingSuriname heeft een multi-raciale bevolking met een verscheidenheid aan cultuuruitingen. De etnische verscheidenheid vindt haar ontstaan in de koloniale tijd. Van oudsher zijn de groepen Creolen, Hindoestanen en Javanen de grootste bevolkingsgroepen van ons land.Uit de laatst gehouden Algemene Volks- en Woningtelling in ons land blijkt dat twee van de grootste bevolkingsgroepen in aantal afgenomen zijn in de afgelopen jaren, terwijl er een toename valt te constateren bij de Javaanse groep. In onderstaande tabel is de bevolking naar etniciteit 1972 – 2004 verdeeld.
Bevolking naar etniciteit 1972 - 2004
Etnische groep
Bevolking 1972
Bevolking 2004
Marron
35,838
72,553
Creool
119,009
87,202
Hindoestaan
142,917
315,117
Javaan
57,688
71,879
Gemengd 1)
-
61,524
Andere 1)
24,155
31,975
Onbekend
-
32,579
Totaal
379,607
492,8291) Deze groepen zijn niet geheel vergelijkbaar, omdat in 1972 de categorie gemengd ook bij “Overige” (i.c. Andere) was ingedeeld.
(Bron: Zevende Algemene Volks-en Woningtelling in Suriname, Algemeen Bureau voor de Statistiek Censuskantoor, Suriname in cijfers no.213 – 2005/02, augustus 2005)

Volkslied van de Republiek SurinameGod zij met ons Suriname.Hij verheff’ ons heerlijk land.Hoe wij hier ook samen kwamen,aan zijn grond zijn wij verpand.Werkend houden w’in gedachten.Recht en waarheid maken vrij.Al wat goed is te betrachten.Dat geeft aan ons land waardij.
Opo kondre man oen opo!Sranan gron e kari oen.Wans ope tata ko mo powi moe seti kondre boen.Stré de f’stre wi no sa fredeGado de wi fesi man.Heri libi te na dedewi sa fetie gi Sranan.
Het volkslied, het Nederlands couplet, waarvan de tekst tevens tot officiële tekst werd verheven, werd in 1893 door de Lutherse predikant C.A. Hoekstra geschreven.Jaren later dichtte Trefossan een couplet, dat de eenheid van het Surinaamse volk en de verbondenheid met het grondgebied benadrukte. De Surinaamse versie gaf het nederlands couplet weer en trad bij Landsverordening van 15 december 1959 in werking.
(Bron: Paramaribo Wegwijzer, Talgraphics visual communication n.v.)

21-02-2010

AIRMAIL STAMP SURINAME AVIATION LUCHVAART IN SURINAME





Hoewel er al in de jaren dertig luchtvaartverbindingen tussen Suriname en andere landen bestonden (van onder andere KLM), had Suriname zelf geen luchtvaartactiviteiten – behalve dan die van sportvliegers. Pas in 1953 werd door een privé-initiatief het idee opgeworpen om een eigen Surinaamse luchtvaartmaatschappij op te richten.
De bedoeling was om een regelmatige verbinding tussen de verschillende Surinaamse steden creëren. In 1955 werd gestart met binnenlandse activiteiten. De lijnverbinding tussen Paramaribo en de kleine bauxietertsstad Moengo, waarbij gebruik werd gemaakt van sportvliegtuigen, kwam tot stand. Tenslotte werd op 30 augustus 1962 de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij officieel opgericht. De Surinaamse regering was zich namelijk eveneens bewust geworden van de noodzaak om het binnenland te ontsluiten en een groot aantal landingsmogelijkheden te creëren. De SLM assisteerde door de aankoop van Bell-47G helikopters, die ook werden gebruikt voor besproeiing in het rijstdistrict bij Wageningen en zelfs over de grens, in Guyana. Er werden verschillende lijnvluchten op diverse plaatsen in Suriname uitgeprobeerd, alsmede verschillende types vliegtuigen. Na jarenlange ervaring met de DHC Twin Otters, die STOL (Short Take Off and Landing) waren, werd voor deze vliegtuigen gekozen. Tegenwoordig gebruikt de SLM twee van deze toestellen op haar binnenlandse routes.
De Internationale activiteiten van de SLM begonnen in 1964, toen er een pool-overeenkomst werd gesloten tussen de KLM, ALM en SLM om gezamenlijk de route tussen Paramaribo en Curaçao, met stops in Georgetown (Guyana) en Port of Spain (Trinidad) te opereren. Nadat de ALM zelfstandig ging opereren, trok de KLM zich uit de pool terug en gingen de ALM en de SLM samen door. Oorspronkelijk was de deelname van de SLM beperkt tot cabinepersoneel en de marketing activiteiten in de twee Guyana’s. Later kwamen daar ook piloten bij. Aan de vooravond van de Surinaamse onafhankelijkheid, in 1975 boekte de SLM succes in de onderhandelingen om de Mid-Atlantische route in haar pakket te krijgen. En op 2 november 1975 steeg de trotse vrije vogel van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij op. Ze deed dit met een geleasde DC-8/63 van KLM en SLM’s heldere kleuren en met een volledige SLM-bemanning. De Surinaamse luchtvaart bewees op eigen benen te kunnen staan.
Als resultaat van de uitbreiding van de faciliteiten konden ook regelmatige cargodiensten worden geïntroduceerd tussen Curaçao, Manaus, Miami, Panama en Paramaribo. Gedurende de jaren negentig breidde de SLM opnieuw haar routes uit

05-02-2010

EDGAR CAIRO SURINAME AUTEUR


Edgar Eduard Cairo (Paramaribo, 7 mei 1948Amsterdam, op of voor 16 november 2000) was een Surinaams auteur
Biografie
Cairo werd geboren te Paramaribo. Zijn ouders waren afkomstig van een voormalige plantage in het district Para. Hij volgde de lagere school bij de fraters, en haalde het diploma aan de Algemene Middelbare School (AMS). Vervolgens vertrok hij in 1968 naar Amsterdam waar hij Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap studeerde.
In zijn laatste boeken openbaarde zich een ernstige psychose. Ook liet hij in 1988 een advertentie in een krant plaatsen met de tekst Jezus terug op aarde. Edgar Cairo, Gods zoon, spreekt alle talen met Jaweh's stem en doet grote wonderen.
Cairo werd op 16 november 2000 dood aangetroffen in zijn woning in Amsterdam-Oost. Hij was overleden aan een maagbloeding; op welke dag precies kon niet worden vastgesteld. Hij is 52 jaar geworden.
[bewerken] Werken
Cairo debuteerde in 1969 met Temekoe, een sterk autobiografische novelle in het Sranan over een vader-zoonrelatie, later herschreven in het Surinaams-Nederlands als Temekoe/Kopzorg (1979) en nogmaals in het Algemeen Nederlands als Kopzorg (1988). Hij hanteert in veel van zijn werken een Surinaams-Nederlands dat hij met zijn eigen vondsten heeft verrijkt tot het "Cairojaans". Vooral uit Surinaamse hoek werd dit nogal bekritiseerd. In Suriname is zijn meest gelezen boek Kollektieve schuld (1976) over winti-perikelen in een familie.
Cairo was sterk beïnvloed door de orale tradities van stads- en Para-negers en was zelf een bekend voordrachtskunstenaar. Hij publiceerde in totaal een tiental dichtbundels, zeven toneelstukken, een tiental forse romans, twee bundels columns en voorts verspreide verhalen en essays. Zijn hele werk draait om het negerschap in al zijn facetten. Vooral het leven op de Surinaamse achtererven heeft hem vaak geïnspireerd. Sommige van zijn boeken spelen in Suriname, zoals Adoebe lobi/Alles tegen alles (1977), over de strijd van een ambitieuze student die tussen verschillende maatschappelijke milieus terechtkomt, en Mi boto doro/Droomboot havenloos (1980), over de "hosselproblemen" en idealen van een paar jongens met een bus. Andere werken spelen in het Caraïbisch gebied, zoals het stuk Dagrati! Dagrati!/Verovering van De Dageraat (1980) over een slavenopstand in Guyana in 1763. Weer andere in Nederland als zijn roman over de Decembermoorden, De smaak van Sranan Libre, en het koningsdrama Het koninkrijk IJmond/ Ba Kuku Ba Buba (1985). Zijn poëzie in het Sranan en Surinaams-Nederlands werd verzameld, opnieuw gerangschikt en vertaald in Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding (1983) met een zeer uitgebreide, maar nogal slordige inleiding. Zijn eerste columns voor de Volkskrant werden gebundeld in Ik ga dood om jullie hoofd (1980).
In zijn schrijversloopbaan is Cairo’s aandachtsveld langzaam verschoven: van de neger als slaaf en vrije in Suriname naar die in het Caraïbisch gebied, later naar de zwarte als immigrant in een witte samenleving, uitgestotene en kosmopoliet, weer later naar de geschiedenis van het bestaansverdriet van de Afrikaanse neger in Nyumane/ln mensennaam (1986). Het grootste deel van zijn boeken is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer.
[bewerken] Aandacht
Tijdens de hoogtijdagen van zijn publicatietijd was Cairo een meester in het genereren van publieke belangstelling. Zijn klacht dat hij nooit een positieve recensie kreeg was ongegrond: hij kreeg veel aandacht van de literaire kritiek, en minsens zoveel positieve als afwijzende recensies. Na zijn overlijden verdween de aandacht voor zijn werk. Die leefde weer enigszins op toen 25 jaar na de decembermoorden zijn roman De smaak van Sranan libre verscheen, die eerder in hoorspelvorm aan het einde van 1982 was uitgezonden door Radio Nederland Wereldomroep.De Werkgroep Caraïbische Letteren plaatste op 5 september 2009 de persoon en het werk van Cairo opnieuw in de schijnwerpers met een groot programma, met o.m. een theatrale bewerking van Cairo's teksten door Michiel van Kempen waarin Edgar Cairo gespeeld werd door Felix Burleson, en een debat onder leiding van Noraly Beyer waaraan Abdelkader Benali, Maarten van Hinte, Ellen Ombre, Rappa en Michael Tedja deelnamen.
[bewerken] Over Edgar Cairo
Michiel van Kempen, 'Edgar Cairo'. In: Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur, no. 36, februari 1990. (biografie, beschouwing, uitgebreide primaire en secundaire bibliografie)
Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 1018-1022,1085-1098.
Michiel van Kempen, '23 december 1978: Edgar Cairo’s eerste column voor de Volkskrant; 23 januari 1996: Kader Abdolah’s eerste columns voor de Volkskrant; De Nederlandse taal als onderdrukker en bevrijder.' In: Kunsten in beweging 1980-2000; Cultuur en migratie in Nederland. Redactie Rosemarie Buikema en Maaike Meijer. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2004, pp. 19-35.
[bewerken] Zie ook
Lijst van Surinaamse schrijvers
Surinaamse literatuur
Decembermoorden
[bewerken] Externe links
Edgar Cairo in de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren
De complete tekst van Kollektieve schuld in DBNL
De complete tekst van Djari/Erven in de DBNL
Edgar Cairo in het Biografieënproject van de DBNL
Lezing van Els Moor over Edgar Cairo
Radio Nederland Wereldomroep over Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding
[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen, noten en/of referenties:
Dit artikel is – met toestemming van de auteur – gebaseerd op een lemma uit Michiel van Kempen, Surinaamse schrijvers en dichters (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1989).