16-09-2010

TRIBUTE TO FREDERIK RAMDAT MISIER THIRD PRESIDENT OF THE REPUBLIC SURINAME/ HULDE AAN DE DERDE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME




Lachmipersad Frederik "Fred" Ramdat Misier (28 October 1926–25 June 2004) was the 3rd President of Suriname, serving from 1982 to 1988.


Early life
He was born on 28 October 1926 in Paramaribo, Suriname. His parents were Famparpas Ramdat Misier and Ramkali Misier.[1]

Political career
Before becoming president, Ramdat Misier served as a teacher, lawyer and president of the Court of Justice. Dictator Desi Bouterse appointed Ramdat Misier third president of Suriname on 8 February 1982. As president, he oversaw November 1987 democratic elections that elected Ramsewak Shankar to the presidency. Ramdat Misier was succeeded by Shankar in February 1988.[2]

Death
Ramdat Misier died on 25 June 2004, at the age of 78. His death occurred at the country's capital, Paramaribo. Former president Jules Wijdenbosch commented on Ramdat Misier's political career, saying "he has played a vital role in Suriname's new democratic gestation. He brought unprecedented developments for the country."[2] He is survived by his spouse, Hilda Doergadei Dewanchand. Ramdat Misier's cremation was held on 30 June and was attended by a number of dignitaries, including Wijdenbosch and current president Ronald Venetiaan.[3]

Fred Ramdat Misier


L.F.Ramdat MisierLachmipersad Frederik (Fred) Ramdat Misier (Paramaribo, 28 oktober 1926 – aldaar, 27 juni 2004) was van 1982 tot 1988 waarnemend president van Suriname.

Ramdat Misier studeerde rechten en werkte voor daarna als ambtenaar voor de griffie van Paramaribo. In mei 1952 werd hij Hoofd van het Bureau Kosteloze Rechtsbijstand van Suriname. In 1961 werd hij waarnemend griffier van het kantongerecht in het Nederlandse Utrecht. Van 1961 tot 1963 was hij waarnemend lid van het Surinaamse Hof van Justitie. In 1963 werd hij lid van het Hof van Justitie. Na de onafhankelijkheid van Suriname werd Ramdat Misier vicepresident van het Hof van Justitie. Volgens een bepaling in de grondwet van Suriname, moest de (vice)president van het Hof na het onverwacht aftreden van een staatspresident, waarnemend president van de republiek worden. Deze situatie deed zich in februari 1982 voor, toen president Henk Chin A Sen na een conflict met legerleider Bouterse aftrad. Volgens de grondwetsbepaling volgde Ramdat Misier hem als president op.

Ramdat Misier vervulde het ambt van waarnemend president tot februari 1988, toen hij als president werd opgevolgd door Ramsewak Shankar.

Fred Ramdat Misier overleed op 77-jarige leeftijd

23-08-2010

120 JAAR JAVAANSE IMMIGRATIE IN SURINAME 1890 2010



/>

1
Persbericht
120 Jaar Javaanse Immigratie. Een Andere Kijk op Geschiedenis
Dit jaar is het 120 jaar geleden dat de eerste groep Javaanse contractarbeiders uit Nederlandsch-Indië naar Suriname vertrok. Op 9 augustus 1890 kwamen ze in Paramaribo aan.
Op zondag 8 augustus 2010 wordt de historische aankomst van deze eerste groep Javanen gemarkeerd met een Culturele Manifestatie. De Manifestatie wordt ingevuld met muziek, dans en theater. Ook is er een jongeren talkshow. Jongeren gaan met elkaar in gesprek over hun beleving van de Javaanse identiteit. De fototentoonstelling Javaans Erfgoed in Nederland van fotograaf Matte Soemopawiro, die eerder te zien was in de Bibliotheek Segbroek, Den Haag zal ook tijdens de Manifestatie te bezichtigen zijn.
De Manifestatie besteedt tevens aandacht aan het levensverhalen project Javaanse Migratie en Erfgoedvorming in Suriname, Indonesië en Nederland. Het project dat oral histories verzamelt in de drie landen, is een gezamenlijk initiatief van het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde (KITLV) en de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI). Aan het project werken mee het Indonesisch Wetenschappelijk Instituut, Lembaga Ilmu Pengetauan Indonesia (LIPI) en de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) in Suriname. Tijdens de Manifestatie krijgt het publiek informatie over de voortgang. Een film en een theatrale vertolking van een levensverhaal, bieden een voorproefje van de resultaten van het project.
Op zaterdag 27 november 2010 worden de resultaten in de vorm van een boek en een website gepresenteerd in de Centrale Bibliotheek Den Haag.
Achtergrondinformatie Tot aan 1939 werden circa 33.000 Javanen naar Suriname overgebracht. Na hun contractperiode vestigde de meerderheid zich in Suriname. Slechts een minderheid keerde terug naar Indonesië. De meest beschreven terugkeer is de georganiseerde repatriëring in 1954 van circa 1000 personen naar Indonesië. Deze bestond uit Javaanse ex-contractarbeiders en hun in Suriname geboren (klein)kinderen. Tegen beter weten in kwamen zij niet terecht op Java, maar in Tongar, een plaatsje in West-Sumatra. Daar bleven de meesten niet lang. Hun zoektocht naar een beter leven bracht hen naar andere plaatsen in Indonesië: Pekanbaru, Padang, Medan, Jambi, Jakarta, maar ook opnieuw naar Suriname.
Veel minder bekend is de groepsmigratie in 1953 van enkele tientallen Javanen naar het buurland Frans Guyana. Vermoedelijk zijn tot aan het eind van de jaren 60 nog meer personen in groepsverband naar Frans Guyana vertrokken. Tijdens de Surinaamse binnenlandse oorlog weken ook Javanen, vooral vanuit Moengo en Albina, naar Frans Guyana uit. Volgens de Franse bevolkingsgegevens van 2005 wonen momenteel zo’n 1900 Javanen in Frans Guyana.

18-07-2010

BERNARDO ASHETU DICHTER LITTERATURE






Bernardo Ashetu, pseudoniem van Hendrik (Henk) George van Ommeren, (Kasabaholo, 4 maart 1929 — Den Haag, 3 augustus 1982) was een Surinaams dichter.


Leven
Van Ommeren alias Ashetu werd geboren aan de rand van Paramaribo. Hij bracht zijn jeugd in Suriname door en een groot deel van zijn latere leven als scheepsmarconist in de Caraïbische wateren. Hij debuteerde in de reeks Antilliaanse Cahiers van De Bezige Bij met de omvangrijke bundel Yanacuna (1962), ingeleid door Cola Debrot, waarin behalve gedichten ook enkele korte poëtisch getoonzette prozastukjes staan, die mogelijk als prozagedicht zijn op te vatten. Hoewel hij debuteerde in een tijd toen vele dichters zich voor het eerst presenteerden, onttrekt zijn in het Nederlands geschreven poëzie zich aan de toon en de dichterlijke objecten van die dagen (in het bijzonder aan de maatschappelijk bewogen strijdpoëzie). Hij schrijft gevoelige verzen, fijnzinnig observerend hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien (hij had een enorm problematische relatie met zijn vader) en uiteindelijk slechts droefenis overblijft voor ontheemden overaI ter wereld.

Lang na zijn overlijden begonnen zijn gedichten te verschijnen in de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en in tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Bzzlletin, Poëziekrant en De Tweede Ronde. In 2002 kwam er een nieuw bundeltje van hem uit in Paramaribo: Marcel en andere gedichten. In 2007 verscheen in Nederland een keuze uit zijn werk gemaakt door Gerrit Komrij onder de titel Dat ik zong. Later dat jaar verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht Indiaans (zie Werkgroep Caraïbische Letteren).
Een gedicht van Bernardo Ashetu
Onkruid

Bespot mij niet
vandaag
nu 't mis is
met m'n kleurkrijt.
De tonen zijn
te zwak van
m'n mooie klarinet.
Bespot mij niet
vandaag
nu ik met de
spade omwoel m'n
tuin vol bitter onkruid.

13-06-2010

toussaint l ouverture MS SURPOST STEUN HAITI HAITIAANSE ONAFHANKELIJKHEID 1804




Olton Willem van Genderen 20 jaar 1921-1990







Olton Willem van Genderen
"Da Djende"

In dienst van Land en Volk
Olton Willem van Genderen werd op 17 oktober 1921 te Albina geboren in het distrikt Marowijne; overleden op 9 november 1990 in Paramaribo. Hij werd vanwege zijn inzet en motivatie naar de stad gestuurd om zich verder te ontwikkelen. Door de Evangelische Broedergemeente (EBG), werd hij opgevangen en gevormd in het internaat Saron, de zogenaamde "gele kost".Zijn internaatsperiode kenmerkt zich door strenge discipline van zijn opvoeders. Hij bleek zich goed te kunnen handhaven en onderscheidde zich reeds vanwege zijn inzet, ijver, overtuigingskracht en doorzettingsvermogen.
Ambtelijke loopbaan Na zijn ULO en MULO periode startte hij zijn ambtelijke loopbaan als schrijver bij het departement van onderwijs. Vervolgens doorliep hij verschillende rangen bij de dienst der Invoerrechten en Accijnzen. In het kader hiervan voltooide hij zijn opleiding als verificateur in Nederland. Op 38 jarige leeftijd werd hij ambtenaar ter beschikking op het ministerie van Sociale Zaken. Op zijn 39ste onderdirecteur en op zijn 42ste volgde zijn benoeming tot de hoogste ambtelijke post nl. dat van directeur van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken. Tot zijn pensionering in 1981 was hij Raadsadviseur in Algemene dienst op het ministerie van Algemene Zaken. In de samenleving vervulde hij uiteenlopende leiding gevende en coördinerende functies in de vakbeweging en politiek.
De vakbondsleider In de vakbeweging functioneerde hij enige jaren als voorzitter van de douane bond, van 1957 en 1963 als voorzitter van de Paranam Werknemersbond (PWB) en als voorzitter van de SMS bond. In 1963 werd hij benoemd tot ere-voorzitter van de PWB en van de bond van personeel in dienst van de Scheepvaart Mij. Suriname (SMS).
De politicus In de nationale politiek kenmerkte hij zich door nadrukkelijk te functioneren als pleitbezorger en belangenbehartiger voor de bewoners van de districten en het binnenland. Olton was één van de actieve politici die voorstander was van het creëren van basisvoorzieningen zoals electriciteit, water en overige relevante infrastructuur ten behoeve van onze broeders en zusters in het binnenland en districten. Als districtskind wist hij uit eigen ervaring hoe noodzakelijk het was om het platteland tot ontwikkeling te brengen.Als geen ander kende hij de zeden, gewoonten en cultuur van de bewoners uit het binnenland en liet zich kennen als een oprechte Afro-Surinamer, die vloeiend het Aukaans, Saramaccaans, Paramacaans en Matawai sprak. Als blijk van waardering voor zijn bijzondere inzet werd hem door de binnenlandsbewoners de roepnaam "Da Djende" toegekend, hetgeen betekent mijn "Goeroe". Deze politieke roepnaam "Da Djende" groeide uit tot een begrip in de Surinaamse samenleving.
Nationale Partij Suriname (NPS)Vanaf de oprichting in 1946 is hij lid van de NPS en op 21 juli 1958 (oud 37 jaar) deed hij zijn intrede als lid van het Parlement van Suriname, gekozen in het district Paramaribo.Vanaf 1963 tot 1980 werd hij bij elk gehouden parlementsverkiezing ononderbroken (17 jaar lang) gekozen als volksvertegenwoordiger van het district Marowijne.
Voor de NPS vervulde hij zowel in de Partij als in het parlement en de regering verschillende politiek-bestuurlijke functies.In 1978 werd hij gekozen tot partijraadsvoorzitter, welke functie hij vervulde tot de herstructurering van de NPS in 1987. Vanwege zijn politieke inbreng en verdiensten voor land en volk en in het bijzonder de Partij waarmee hij zich zo sterk verbonden voelde, werd hij tot erevoorzitter van de NPS benoemd.
ParlementIn dit hoge college van staat vervulde hij de volgende functies:
lid van het parlement.
fractieleider van de fractie van de NPS.
voorzitter van het Surinaams parlement.
RegeringVan 1973 t/m 1980 nam hij deel van de regering van Suriname. Hij vervulde de volgende functies:
minister van districtsbestuur en decentralisatie.
minister van landbouw, veeteelt en visserij.
minister van binnenlandse zaken en districtsbestuur.
Tevens vice minister-president van de Republiek Suriname.
Ambtshalve vertegenwoordigde hij Suriname in binnen- en buitenland en ontving enkele hoge onderscheidingen van de Republiek Suriname, het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Venezuela, t.w.:
ere medaille i.v.m. het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus – Nederland.
Officier in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Grootkruis in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Francisco de Miranda eerste klasse – Venezuela.
Commandeur in de Ere Orde van de Gele Ster – Suriname.
De sportman Op sportgebied heeft hij eveneens zijn sporen verdiend. Als actief tennisspeler is hij Surinaams kampioen geweest en heeft hij tezamen met de heer Fons Maynard als Suriname’s dubbelkampioen in de jaren vijftig Suriname bij een aantal interlands in de regio vertegenwoordigd.Hij is eveneens voetballer geweest van de vereniging Transvaal, van welke vereniging hij tot aan zijn overlijden beschermheer is geweest.
De mens OltonEen bijzondere karakteristiek van Olton was zijn trouw en discipline.Trouw aan zijn partij, trouw aan zijn vrienden, trouw aan het gegeven woord, en bovenal trouw aan zijn gezin. Zijn lief en leed deelde hij met zijn vrouw Georgine en hun kinderen aan wie hij slechts één boodschap had nl.: dat de mens er is om te dienen.
Een eigenschap welke vermeld moet worden is zijn oprecht geloof in de opgestane en verrezen Messias, in de Heer van Hemel en Aarde.Hij voerde intensieve en langdurige gesprekken met Hem waarbij hij vroeg om te mogen delen in de genade en de barmhartigheid van de Heer Jezus Christus.Zijn kracht en inspiratie had Olton nodig om te functioneren als vriend, vader, broer, familielid, politicus en mens.
Hij wist, zoals iedereen van ons, dat hij moest sterven en vond vanwege zijn geestelijke overtuiging, dat de lichamelijke dood slechts een overgang is van het leven op aarde met Christus tot het leven in de hemel met Hem.De dood verandert immers de continuïteit van deze relatie niet; hij verrijkt deze alleen maar.
Olton heeft hoop die over het geloof van het graf heen reikt.
Koningin Beatrix viert in Paramaribo de Surinaamse onafhankelijkheid. 2e van links Olton van Genderen. (25 november 1975) (foto: Archief ANP)
Da Djendé
De huidige Surinaamse bevolking die uit vele jongeren bestaat, naar schatting bijna 60%, heeft enorm behoefte aan het leren ontdekken en kennen van de geschiedenis van hun land. Met name de jongeren willen weten wie de leiders waren die leiding gaven aan de onafhankelijkheid van het land. Dit met het oog op het vergroten en versterken van hun historisch besef.
Vele leiders die de onafhankelijkheid inluiden zijn niet méér in leven zoals de toenmalige regeringsleider de heer H.A.E. Arron en de heer E. Bruma, die belangrijke initiatiefnemers zijn geweest ter realisatie van het politiek en economisch op eigen benen staan van de Surinaamse natie.De toenmalige waarnemend Minister President van Suriname, de heer Olton Willem van Genderen, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vertalen van het belang van de onafhankelijkheid onder de inheemse groeperingen, de Marrons en Indianen.Hij is inmiddels overleden, op 9 November 1990 in Paramaribo en begraven.
Wij willen de jongeren alsook anderen vertellen waarom Olton Willem van Genderen zich heeft ingezet om mee te werken aan de politieke onafhankelijkheid van zijn land. Hij heeft de Graaf von Zinzendorf school doorlopen en volgde in Nederland een beroepsopleiding tot verificateur. Hij kwam in de politiek terecht via onder meer de grote volksleider Johan AdolfPengel en gaf politiek leiding aan de NPS fractie en NPS Partij. Hij ontving van de Surinaamse, Nederlandse en Venezuelaanse Regering grote onderscheidingen.
Voor hem willen wij een website maken en vragen hierbij iedere lezer om informatie, verhalen, anekdotes en leuke ervaringen of foto”s en ander materiaal van Olton Willem van Genderen ter beschikking te stellen. Met name willen wij de actieve rol die de heer van Genderen vervuld heeft bij het onafhankelijkheidsproces van Suriname belichten middels het vertalen van de politieke onafhankelijkheid naar zijn trouwe achterban toe.
Het was bekend dat de heer Olton Willem van Genderen de aan hem toegewezen taken vakkundig en disciplinair vervulde. Het was niet eenvoudig om deze groeperingen de onafhankelijkheidsboodschap bij te brengen daar zij zich reeds toe beriepen op eigen traktaten die met het Nederlands Koningshuis waren afgesloten. De heer van Genderen die grootvertrouwen genoot in het binnenland slaagde erin de aanvankelijke kritisch houding van de inheemsen te transformeren tot een constructieve.
Het is goed om even stil te staan bij de bijdrage die van Genderen geleverd heeftom Suriname op te bouwen. Hij beheerste de taal en cultuur van de Marrons en kon bijzonder effectief en efficiënt met deze groep communiceren en werd alom beschouwd als bruggenbouwer tussen de stad en het binnenland.De autoriteiten in de stad hadden alle vertrouwen in Da Djendé, zoals hij genoemd werd door de Marrons, om een intermediaire rol te vervullen teneinde het integratieproces tussen de inheemsen en niet inheemsen in de Surinaamse multiculturele samenleving te bevorderen.

03-04-2010

35 JAAR SREFIDENSI 1975 2010 NATIONALE VLAG VAN SURINAME MS

Vlag van Suriname

De nationale vlag van Suriname werd officieel in gebruik genomen op 25 november 1975, bij de viering in het sportstadion van het bereiken van de onafhankelijkheid van het land. De vlag bestaat uit vijf horizontale strepen, van boven naar onderen in de kleuren groen (dubbele breedte), wit, rood (viervoudige breedte), wit en groen (dubbele breedte). In het centrum van de vlag bevindt zich een gele, vijfbenige ster.
Het rood symboliseert de vooruitgang en de strijd voor een beter bestaan; het wit staat voor vrijheid en gerechtigheid en de kleur groen is symbool voor de vruchtbaarheid van het land. De ster symboliseert de hoop op een "gouden" toekomst. Volgens Surinames eerste president, Johan Ferrier, in Laatste gouverneur, eerste president (2005), is de positie van de punten nog onderwerp van debat geweest en werd ervoor gekozen twee punten omlaag te richten: 'met beide benen stevig op de grond'.
[