23-08-2010

120 JAAR JAVAANSE IMMIGRATIE IN SURINAME 1890 2010



/>

1
Persbericht
120 Jaar Javaanse Immigratie. Een Andere Kijk op Geschiedenis
Dit jaar is het 120 jaar geleden dat de eerste groep Javaanse contractarbeiders uit Nederlandsch-Indië naar Suriname vertrok. Op 9 augustus 1890 kwamen ze in Paramaribo aan.
Op zondag 8 augustus 2010 wordt de historische aankomst van deze eerste groep Javanen gemarkeerd met een Culturele Manifestatie. De Manifestatie wordt ingevuld met muziek, dans en theater. Ook is er een jongeren talkshow. Jongeren gaan met elkaar in gesprek over hun beleving van de Javaanse identiteit. De fototentoonstelling Javaans Erfgoed in Nederland van fotograaf Matte Soemopawiro, die eerder te zien was in de Bibliotheek Segbroek, Den Haag zal ook tijdens de Manifestatie te bezichtigen zijn.
De Manifestatie besteedt tevens aandacht aan het levensverhalen project Javaanse Migratie en Erfgoedvorming in Suriname, Indonesië en Nederland. Het project dat oral histories verzamelt in de drie landen, is een gezamenlijk initiatief van het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde (KITLV) en de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI). Aan het project werken mee het Indonesisch Wetenschappelijk Instituut, Lembaga Ilmu Pengetauan Indonesia (LIPI) en de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) in Suriname. Tijdens de Manifestatie krijgt het publiek informatie over de voortgang. Een film en een theatrale vertolking van een levensverhaal, bieden een voorproefje van de resultaten van het project.
Op zaterdag 27 november 2010 worden de resultaten in de vorm van een boek en een website gepresenteerd in de Centrale Bibliotheek Den Haag.
Achtergrondinformatie Tot aan 1939 werden circa 33.000 Javanen naar Suriname overgebracht. Na hun contractperiode vestigde de meerderheid zich in Suriname. Slechts een minderheid keerde terug naar Indonesië. De meest beschreven terugkeer is de georganiseerde repatriëring in 1954 van circa 1000 personen naar Indonesië. Deze bestond uit Javaanse ex-contractarbeiders en hun in Suriname geboren (klein)kinderen. Tegen beter weten in kwamen zij niet terecht op Java, maar in Tongar, een plaatsje in West-Sumatra. Daar bleven de meesten niet lang. Hun zoektocht naar een beter leven bracht hen naar andere plaatsen in Indonesië: Pekanbaru, Padang, Medan, Jambi, Jakarta, maar ook opnieuw naar Suriname.
Veel minder bekend is de groepsmigratie in 1953 van enkele tientallen Javanen naar het buurland Frans Guyana. Vermoedelijk zijn tot aan het eind van de jaren 60 nog meer personen in groepsverband naar Frans Guyana vertrokken. Tijdens de Surinaamse binnenlandse oorlog weken ook Javanen, vooral vanuit Moengo en Albina, naar Frans Guyana uit. Volgens de Franse bevolkingsgegevens van 2005 wonen momenteel zo’n 1900 Javanen in Frans Guyana.

18-07-2010

BERNARDO ASHETU DICHTER LITTERATURE






Bernardo Ashetu, pseudoniem van Hendrik (Henk) George van Ommeren, (Kasabaholo, 4 maart 1929 — Den Haag, 3 augustus 1982) was een Surinaams dichter.


Leven
Van Ommeren alias Ashetu werd geboren aan de rand van Paramaribo. Hij bracht zijn jeugd in Suriname door en een groot deel van zijn latere leven als scheepsmarconist in de Caraïbische wateren. Hij debuteerde in de reeks Antilliaanse Cahiers van De Bezige Bij met de omvangrijke bundel Yanacuna (1962), ingeleid door Cola Debrot, waarin behalve gedichten ook enkele korte poëtisch getoonzette prozastukjes staan, die mogelijk als prozagedicht zijn op te vatten. Hoewel hij debuteerde in een tijd toen vele dichters zich voor het eerst presenteerden, onttrekt zijn in het Nederlands geschreven poëzie zich aan de toon en de dichterlijke objecten van die dagen (in het bijzonder aan de maatschappelijk bewogen strijdpoëzie). Hij schrijft gevoelige verzen, fijnzinnig observerend hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien (hij had een enorm problematische relatie met zijn vader) en uiteindelijk slechts droefenis overblijft voor ontheemden overaI ter wereld.

Lang na zijn overlijden begonnen zijn gedichten te verschijnen in de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en in tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Bzzlletin, Poëziekrant en De Tweede Ronde. In 2002 kwam er een nieuw bundeltje van hem uit in Paramaribo: Marcel en andere gedichten. In 2007 verscheen in Nederland een keuze uit zijn werk gemaakt door Gerrit Komrij onder de titel Dat ik zong. Later dat jaar verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht Indiaans (zie Werkgroep Caraïbische Letteren).
Een gedicht van Bernardo Ashetu
Onkruid

Bespot mij niet
vandaag
nu 't mis is
met m'n kleurkrijt.
De tonen zijn
te zwak van
m'n mooie klarinet.
Bespot mij niet
vandaag
nu ik met de
spade omwoel m'n
tuin vol bitter onkruid.

13-06-2010

toussaint l ouverture MS SURPOST STEUN HAITI HAITIAANSE ONAFHANKELIJKHEID 1804




Olton Willem van Genderen 20 jaar 1921-1990







Olton Willem van Genderen
"Da Djende"

In dienst van Land en Volk
Olton Willem van Genderen werd op 17 oktober 1921 te Albina geboren in het distrikt Marowijne; overleden op 9 november 1990 in Paramaribo. Hij werd vanwege zijn inzet en motivatie naar de stad gestuurd om zich verder te ontwikkelen. Door de Evangelische Broedergemeente (EBG), werd hij opgevangen en gevormd in het internaat Saron, de zogenaamde "gele kost".Zijn internaatsperiode kenmerkt zich door strenge discipline van zijn opvoeders. Hij bleek zich goed te kunnen handhaven en onderscheidde zich reeds vanwege zijn inzet, ijver, overtuigingskracht en doorzettingsvermogen.
Ambtelijke loopbaan Na zijn ULO en MULO periode startte hij zijn ambtelijke loopbaan als schrijver bij het departement van onderwijs. Vervolgens doorliep hij verschillende rangen bij de dienst der Invoerrechten en Accijnzen. In het kader hiervan voltooide hij zijn opleiding als verificateur in Nederland. Op 38 jarige leeftijd werd hij ambtenaar ter beschikking op het ministerie van Sociale Zaken. Op zijn 39ste onderdirecteur en op zijn 42ste volgde zijn benoeming tot de hoogste ambtelijke post nl. dat van directeur van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken. Tot zijn pensionering in 1981 was hij Raadsadviseur in Algemene dienst op het ministerie van Algemene Zaken. In de samenleving vervulde hij uiteenlopende leiding gevende en coördinerende functies in de vakbeweging en politiek.
De vakbondsleider In de vakbeweging functioneerde hij enige jaren als voorzitter van de douane bond, van 1957 en 1963 als voorzitter van de Paranam Werknemersbond (PWB) en als voorzitter van de SMS bond. In 1963 werd hij benoemd tot ere-voorzitter van de PWB en van de bond van personeel in dienst van de Scheepvaart Mij. Suriname (SMS).
De politicus In de nationale politiek kenmerkte hij zich door nadrukkelijk te functioneren als pleitbezorger en belangenbehartiger voor de bewoners van de districten en het binnenland. Olton was één van de actieve politici die voorstander was van het creëren van basisvoorzieningen zoals electriciteit, water en overige relevante infrastructuur ten behoeve van onze broeders en zusters in het binnenland en districten. Als districtskind wist hij uit eigen ervaring hoe noodzakelijk het was om het platteland tot ontwikkeling te brengen.Als geen ander kende hij de zeden, gewoonten en cultuur van de bewoners uit het binnenland en liet zich kennen als een oprechte Afro-Surinamer, die vloeiend het Aukaans, Saramaccaans, Paramacaans en Matawai sprak. Als blijk van waardering voor zijn bijzondere inzet werd hem door de binnenlandsbewoners de roepnaam "Da Djende" toegekend, hetgeen betekent mijn "Goeroe". Deze politieke roepnaam "Da Djende" groeide uit tot een begrip in de Surinaamse samenleving.
Nationale Partij Suriname (NPS)Vanaf de oprichting in 1946 is hij lid van de NPS en op 21 juli 1958 (oud 37 jaar) deed hij zijn intrede als lid van het Parlement van Suriname, gekozen in het district Paramaribo.Vanaf 1963 tot 1980 werd hij bij elk gehouden parlementsverkiezing ononderbroken (17 jaar lang) gekozen als volksvertegenwoordiger van het district Marowijne.
Voor de NPS vervulde hij zowel in de Partij als in het parlement en de regering verschillende politiek-bestuurlijke functies.In 1978 werd hij gekozen tot partijraadsvoorzitter, welke functie hij vervulde tot de herstructurering van de NPS in 1987. Vanwege zijn politieke inbreng en verdiensten voor land en volk en in het bijzonder de Partij waarmee hij zich zo sterk verbonden voelde, werd hij tot erevoorzitter van de NPS benoemd.
ParlementIn dit hoge college van staat vervulde hij de volgende functies:
lid van het parlement.
fractieleider van de fractie van de NPS.
voorzitter van het Surinaams parlement.
RegeringVan 1973 t/m 1980 nam hij deel van de regering van Suriname. Hij vervulde de volgende functies:
minister van districtsbestuur en decentralisatie.
minister van landbouw, veeteelt en visserij.
minister van binnenlandse zaken en districtsbestuur.
Tevens vice minister-president van de Republiek Suriname.
Ambtshalve vertegenwoordigde hij Suriname in binnen- en buitenland en ontving enkele hoge onderscheidingen van de Republiek Suriname, het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Venezuela, t.w.:
ere medaille i.v.m. het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus – Nederland.
Officier in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Grootkruis in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Francisco de Miranda eerste klasse – Venezuela.
Commandeur in de Ere Orde van de Gele Ster – Suriname.
De sportman Op sportgebied heeft hij eveneens zijn sporen verdiend. Als actief tennisspeler is hij Surinaams kampioen geweest en heeft hij tezamen met de heer Fons Maynard als Suriname’s dubbelkampioen in de jaren vijftig Suriname bij een aantal interlands in de regio vertegenwoordigd.Hij is eveneens voetballer geweest van de vereniging Transvaal, van welke vereniging hij tot aan zijn overlijden beschermheer is geweest.
De mens OltonEen bijzondere karakteristiek van Olton was zijn trouw en discipline.Trouw aan zijn partij, trouw aan zijn vrienden, trouw aan het gegeven woord, en bovenal trouw aan zijn gezin. Zijn lief en leed deelde hij met zijn vrouw Georgine en hun kinderen aan wie hij slechts één boodschap had nl.: dat de mens er is om te dienen.
Een eigenschap welke vermeld moet worden is zijn oprecht geloof in de opgestane en verrezen Messias, in de Heer van Hemel en Aarde.Hij voerde intensieve en langdurige gesprekken met Hem waarbij hij vroeg om te mogen delen in de genade en de barmhartigheid van de Heer Jezus Christus.Zijn kracht en inspiratie had Olton nodig om te functioneren als vriend, vader, broer, familielid, politicus en mens.
Hij wist, zoals iedereen van ons, dat hij moest sterven en vond vanwege zijn geestelijke overtuiging, dat de lichamelijke dood slechts een overgang is van het leven op aarde met Christus tot het leven in de hemel met Hem.De dood verandert immers de continuïteit van deze relatie niet; hij verrijkt deze alleen maar.
Olton heeft hoop die over het geloof van het graf heen reikt.
Koningin Beatrix viert in Paramaribo de Surinaamse onafhankelijkheid. 2e van links Olton van Genderen. (25 november 1975) (foto: Archief ANP)
Da Djendé
De huidige Surinaamse bevolking die uit vele jongeren bestaat, naar schatting bijna 60%, heeft enorm behoefte aan het leren ontdekken en kennen van de geschiedenis van hun land. Met name de jongeren willen weten wie de leiders waren die leiding gaven aan de onafhankelijkheid van het land. Dit met het oog op het vergroten en versterken van hun historisch besef.
Vele leiders die de onafhankelijkheid inluiden zijn niet méér in leven zoals de toenmalige regeringsleider de heer H.A.E. Arron en de heer E. Bruma, die belangrijke initiatiefnemers zijn geweest ter realisatie van het politiek en economisch op eigen benen staan van de Surinaamse natie.De toenmalige waarnemend Minister President van Suriname, de heer Olton Willem van Genderen, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vertalen van het belang van de onafhankelijkheid onder de inheemse groeperingen, de Marrons en Indianen.Hij is inmiddels overleden, op 9 November 1990 in Paramaribo en begraven.
Wij willen de jongeren alsook anderen vertellen waarom Olton Willem van Genderen zich heeft ingezet om mee te werken aan de politieke onafhankelijkheid van zijn land. Hij heeft de Graaf von Zinzendorf school doorlopen en volgde in Nederland een beroepsopleiding tot verificateur. Hij kwam in de politiek terecht via onder meer de grote volksleider Johan AdolfPengel en gaf politiek leiding aan de NPS fractie en NPS Partij. Hij ontving van de Surinaamse, Nederlandse en Venezuelaanse Regering grote onderscheidingen.
Voor hem willen wij een website maken en vragen hierbij iedere lezer om informatie, verhalen, anekdotes en leuke ervaringen of foto”s en ander materiaal van Olton Willem van Genderen ter beschikking te stellen. Met name willen wij de actieve rol die de heer van Genderen vervuld heeft bij het onafhankelijkheidsproces van Suriname belichten middels het vertalen van de politieke onafhankelijkheid naar zijn trouwe achterban toe.
Het was bekend dat de heer Olton Willem van Genderen de aan hem toegewezen taken vakkundig en disciplinair vervulde. Het was niet eenvoudig om deze groeperingen de onafhankelijkheidsboodschap bij te brengen daar zij zich reeds toe beriepen op eigen traktaten die met het Nederlands Koningshuis waren afgesloten. De heer van Genderen die grootvertrouwen genoot in het binnenland slaagde erin de aanvankelijke kritisch houding van de inheemsen te transformeren tot een constructieve.
Het is goed om even stil te staan bij de bijdrage die van Genderen geleverd heeftom Suriname op te bouwen. Hij beheerste de taal en cultuur van de Marrons en kon bijzonder effectief en efficiënt met deze groep communiceren en werd alom beschouwd als bruggenbouwer tussen de stad en het binnenland.De autoriteiten in de stad hadden alle vertrouwen in Da Djendé, zoals hij genoemd werd door de Marrons, om een intermediaire rol te vervullen teneinde het integratieproces tussen de inheemsen en niet inheemsen in de Surinaamse multiculturele samenleving te bevorderen.

03-04-2010

35 JAAR SREFIDENSI 1975 2010 NATIONALE VLAG VAN SURINAME MS

Vlag van Suriname

De nationale vlag van Suriname werd officieel in gebruik genomen op 25 november 1975, bij de viering in het sportstadion van het bereiken van de onafhankelijkheid van het land. De vlag bestaat uit vijf horizontale strepen, van boven naar onderen in de kleuren groen (dubbele breedte), wit, rood (viervoudige breedte), wit en groen (dubbele breedte). In het centrum van de vlag bevindt zich een gele, vijfbenige ster.
Het rood symboliseert de vooruitgang en de strijd voor een beter bestaan; het wit staat voor vrijheid en gerechtigheid en de kleur groen is symbool voor de vruchtbaarheid van het land. De ster symboliseert de hoop op een "gouden" toekomst. Volgens Surinames eerste president, Johan Ferrier, in Laatste gouverneur, eerste president (2005), is de positie van de punten nog onderwerp van debat geweest en werd ervoor gekozen twee punten omlaag te richten: 'met beide benen stevig op de grond'.
[

27-03-2010

LEO GLANS SURINAAMSE SCHILDER 1911 1980








Biografie


Al op jonge leeftijd raakt Leo Glans gepassioneerd door de kunst en ontstaat de vurige wens ooit portretschilder te worden. In Paramaribo was hiervoor geen officiële opleiding. In 1929, hij is dan 18 jaar, reist hij van Suriname naar Nederland om zijn droom te verwezenlijken. In vier jaar tijd weet hij als eerste Surinamer de Rijksakademie van Beeldende Kunsten met succes af te ronden. Na tien jaar schilderen wordt Leo ziek en maakt het licht ten gevolge hiervan langzaamaan plaats voor het duister: Leo Glans wordt blind.
Zorgvuldig verbergt hij zijn oeuvre voor de rest van de wereld en gaat zich toeleggen op een nieuwe passie: het verzamelen van kunst. Zijn vrouw, Anna Glans-Voorhoeve, helpt hem door de werken te beschrijven, waarna Leo besluit het al dan niet aan te kopen. Zo blijft hij, ook zonder te kunnen zien, altijd even hartstochtelijk zijn leven wijden aan de kunst.

1911
Op 11 april 1911 wordt Leo Hendriques Hugo Glans (roepnaam Leo) geboren in Paramaribo (Suriname), als eerste zoon en tweede kind van Cornelis Gustav Glans (1882-1954) en Helena Bruijning (1889-1957). Leo Glans krijgt nog zes zusters en één broer André Glans (1926-1999).


1924
Leo experimenteert met allerlei vormen van decoratie zoals textiele werkvormen en handvaardigheid, sjabloneren, batikken, schilderen op glas, brandschilderen, tekenen en ontwerpen. Bij deze bezigheden wordt hij gestimuleerd door Wim Bos Verschuur (1904-1985), die in Paramaribo een meubelwerkplaats heeft waar hij zelf ontworpen meubels maakt.
1925
Leo gaat lessen volgen in het atelier van de Griekse schilder John Pandellis, waar naar platen en stillevens wordt geschilderd. Pandellis hanteert zelf een impressionistische schilderwijze. Leo kopieert ook schilderijen van Pandellis met boten, stillevens en bloemstukken.
1927-1929
Wim Bos Verschuur opent het atelier ‘Vincent van Gogh’ in de Domineestraat, dat een ontmoetingsplaats wordt voor kunstvrienden. Leo gaat bij Bos Verschuur teken- en schilderlessen volgen en brengt ook daarbuiten veel tijd door in het atelier. Hij schildert er bijbelse voorstellingen naar reproducties en helpt Bos Verschuur bij diens reclame- en decoratieopdrachten. Wim Bos Verschuur vraagt een studiebeurs aan voor de akte MO-tekenen aan de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam en geeft Leo het programma van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten aldaar, met onder andere informatie over het schilderen van portretten en naaktmodellen. Naar aanleiding daarvan besluit Leo met Bos Verschuur mee te gaan naar Amsterdam.

1929
In augustus komt Leo met het stoomschip Nickerie van de Koninklijke West-Indische Mail aan in Amsterdam.

Hij gaat in de Van Kinsbergenstraat nr. 26 op kamers wonen bij de familie Jonker, een Nederlandse katholieke familie. Leo wordt volledig in het gezin opgenomen en krijgt door zijn vriendschap met dochter Emmie en zoon Jan Jonker snel een grote vriendenkring. Hij blijft er ruim vijf jaar wonen. Bij deze familie heeft ook de Surinaamse schrijver Albert Helman gewoond.

Hoewel de inschrijvingstermijn al is verstreken, mag Leo na een gesprek met de hoogleraar tekenen J.H. Jurres (1875-1946) en het tonen van enkele werken, waaronder een kopie van een Christuskop (ca.1640) naar Guido Reni (1575-1642), aan het toelatingsexamen van de Rijksakademie deelnemen. Hij krijgt een positief advies. Ter voorbereiding op de Rijksakademie gaat Leo vijf dagen in de week bij de schilder, tekenaar en graficus Jan Uri (1888-1969) in Amstelveen tekenlessen volgen. Uri is leraar aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus in Amsterdam.
Jan Uri
1930
Leo meldt zich aan voor het toelatingsexamen (29 september-2 oktober) van de Rijksakademie. Hij slaagt en wordt toegelaten tot de cursus 1930-1931. Een van de opdrachten was een stilleven met een kist, een kralenketting, een kaarsenstandaard en boeken. In oktober 1930 begint Leo aan zijn eerste jaar aan de Rijksakademie. Zijn klas bestaat verder uit zeven vrouwelijke (S.A.A. Aronson, Maura Blans, Fietje Geesink, V.M.H. Horstman, Rie Knipscheer, Dorothea Kühnen en A. Meijs) en twaalf mannelijke studenten (Wessel Couzijn, A. van Eewijk, G.L. Furiacovics, August Grotegoed, Sem Hartz, J. Kroon, Pieter Kuhn, Th. Meijer, Wim Oepts, A.C. van Santen, Kurt Sluizer en R. Schuurman).
1931-1932

Aan het eind van het eerste studiejaar haalt Leo alle examens met uitzondering van het examen ‘praktisch tekenen’, dat hij voor de kerstvakantie moet overdoen. Hij mag echter wel naar het tweede jaar. Leo wordt vrijgesteld van het herexamen, nadat hij zijn leraren zijn tekening naar de ‘Piëta’ van Michelangelo heeft laten zien.
Pieta naar sculptuur van Michelangelo.(zie Tekeningen)
Leo heeft inmiddels veel vrienden waar hij veel uitstapjes mee maakt. In de zomervakanties gaan ze vaak kamperen in o.a. Soestdijk, Blaricum en Schoorl.
1931-1932

Op 15 september 1931 richten Leo en zes van zijn vrienden de sport- en ontspanningsvereniging “The Happy Scouts” op.
Het bestuur van "The Happy Scouts"Leo: links boven.
In oktober 1931 begint Leo aan zijn tweede jaar van de Rijksakademie. Hij slaagt voor het examen van de tweede tekenklas en mag door naar de vakklas, de schilderklas. Hij kiest voor de vrije schilderklas van prof. Hendrik Jan Wolter (1873-1952) i.p.v. de monumentale schilderklas van prof. Richard Roland Holst (1868-1938).
1933- 1934

Aan het einde van het vierde cursusjaar studeert Leo met goed gevolg af op het schilderij ‘Violoncellist’. Hij besluit nog een jaar op de akademie te blijven om zich voor te bereiden op de wedstrijd voor de Prix de Rome van 1938. Hij verhuist naar de Vossiusstraat, omdat hij een eigen atelier wil met goed licht.
1934- 1935

In het voorjaar krijgt Leo last van zijn enkel, die hij vaak verzwikt. Van een speciale schoen krijgt hij een blaar die gaat ontsteken. In september 1934 gaat hij hiervoor naar het ziekenhuis en wordt er vier weken opgenomen. Dit was waarschijnlijk de eerste uiting van het bestaan van lepra.In maart /april 1935 verhuist hij naar de Stadhouderskade nr. 114d, waar hij een aquarel maakt van zijn eerste ‘eigen’ atelier.
Aquarel van Leo's eerste atelier.(zie ook pagina ("schilderijen").
Na enige tijd krijgt Leo weer last van zijn enkel en gaat hij naar het ziekenhuis voor een operatie. In het ziekenhuis ontmoet hij de leerling-verpleegster Anna Voorhoeve. Leo wordt voor het eerst echt verliefd. De verliefdheid blijkt wederzijds te zijn. Vanaf die tijd blijven zij bij elkaar.

1936- 1938

Na zijn traditionele opleiding begint Leo te experimenteren met modernistische stromingen zoals kubisme en expressionisme. In 1936 en 1937 schildert hij veel stillevens, waaronder ook bloemstillevens. Tot en met 1938 zijn er gedateerde en gesigneerde schilderijen te traceren.
1940- 1945


Leo Glans wordt na 1938, waarschijnlijk in het begin van de jaren veertig, blind ten gevolge van lepra.Voor Leo kwam het nieuwe medicijn Dapson, dat in 1948 op de markt werd gebracht, te laat. Het medicijn heeft de misvorming aan zijn handen en voeten niet kunnen stoppen maar vermoedelijk wel vertraagd. In de oorlogsjaren was er nauwelijks transport via schepen en vliegtuigen van Suriname naar Nederland en omgekeerd. Er was als gevolg daarvan geen contact mogelijk tussen Leo en zijn ouders. Zij ontvingen pas na de oorlog een brief met de slechte tijding over zijn blindheid. Leo’s vader heeft vreselijk moeten huilen om de blindheid van zijn zoon. In de families van Leo en Anna werd niet over zijn ziekte gesproken. Het verschijnsel lepra was in die tijd nog taboe.
1946- 1980


Leo Glans en Anna Voorhoeve trouwen op 2 mei 1946 in Amsterdam.In november 1955 verhuizen Leo en Anna naar Wassenaar (Deylerweg 18). Leo en Anna leggen als gezamenlijke levensvervulling een veelzijdige en waardevolle kunstcollectie aan.In de jaren zestig wordt bij Leo Glans in het ziekenhuis Westeinde in Den Haag een been geamputeerd. Hij sterft op 9 oktober 1980 in hun woning in Wassenaar.
Anna Voorhoeve blijft in Wassenaar wonen en overlijdt op 6 februari 2000 in het ziekenhuis te Leidschendam.