15-05-2009

5 jaar Surinaamse Dollar 2004 2009

ONS NIEUWE GELD 2004 2009
Momenteel hebben wij in Suriname de (Surinaamse) gulden als wettig betaalmiddel. Zoals we allemaal weten is deze in de loop der jaren sterk in waarde gedaald, waardoor de koopkracht ook sterk is afgenomen.Hierdoor moeten wij nu met dikke stapels biljetten op zak lopen. Dat is niet alleen onhandig, maar het brengt ook risico’s met zich mee, zoals beroving of vervalste biljetten die tussen de echte worden gedaan.Om een eind hieraan te maken hebben de Regering en De Nationale Assemblée besloten om met ingang van 1 januari 2004 tot vereenvoudiging van het geldstelsel over te gaan en de naam gulden te wijzigen in dollar.
Deze verandering komt tot uitdrukking in twee zaken:
Er is een speciale wet “
Wet Vernoeming en Herleiding van Guldenbedragen tot Dollarbedragen” die per 1januari 2004 in werking treedt, waarbij alle prijzen, tarieven, lonen, schulden, vorderingen e.d. door 1000 worden gedeeld en de naam van onze munteenheid wordt gewijzigd.
Nieuwe bankbiljetten met 3 nullen minder dan de huidige. Dat willen zeggen dat een biljet van 10 dollar straks, evenveel waarde zal hebben als een biljet van 10.000 gulden nu.
Momenteel hebben wij in Suriname de (Surinaamse) gulden als wettig betaalmiddel. Zoals we allemaal weten is deze in de loop der jaren sterk in waarde gedaald, waardoor de koopkracht ook sterk is afgenomen.Hierdoor moeten wij nu met dikke stapels biljetten op zak lopen. Dat is niet alleen onhandig, maar het brengt ook risico’s met zich mee, zoals beroving of vervalste biljetten die tussen de echte worden gedaan.Om een eind hieraan te maken hebben de Regering en De Nationale Assemblée besloten om met ingang van 1 januari 2004 tot vereenvoudiging van het geldstelsel over te gaan en de naam gulden te wijzigen in dollar.
Deze verandering komt tot uitdrukking in twee zaken:
Er is een speciale wet “
Wet Vernoeming en Herleiding van Guldenbedragen tot Dollarbedragen” die per 1januari 2004 in werking treedt, waarbij alle prijzen, tarieven, lonen, schulden, vorderingen e.d. door 1000 worden gedeeld en de naam van onze munteenheid wordt gewijzigd.
Nieuwe bankbiljetten met 3 nullen minder dan de huidige. Dat willen zeggen dat een biljet van 10 dollar straks, evenveel waarde zal hebben als een biljet van 10.000 gulden nu.





FAMOUS WOMEN OF SURINAME


NDYUKA AUKAN CULTURE SERIE 2009


14-05-2009

project for new logo of SURPOST Nieuwe Post



this is aPROJECT for new design for Surpost Logo

12-05-2009

TRIBUTE TO JOHANNES NICOLAAS HELSTONE MUSICIAN





Johannes Nicolaas Helstone
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Johannes Nicolaas Helstone, geboren als Nicodemus Johannes Helstone (Berg en Dal, 11 januari 1853 - Paramaribo, 24 april 1927) was een Surinaams componist en schrijver. In 1948 is op het Kerkplein te Paramaribo ter gelegenheid van de 95e geboortedag het monument Musicus Helstone onthuld.


Helstones muzikale werk bestaat uit cantates, psalmen, een mars bij de geboorte van prinses Juliana , een mazurka, een toccata, een fuga. Zijn grootste roem kreeg hij evenwel met de opera Het pand der Goden in vier bedrijven, dat ook in een Duitse versie in Berlijn populariteit verwierf.
Naast zijn werk als componist en docent was Helstone organist van de Lutherse kerk en oprichter van het Herrnhutter-Comité (1921) en een enthousiast bestudeerde van de Surinaamse taal. Hij schreef essays over muziek en publiceerde een studie over klassiek Griekse toonsystemen.
De componist Henny de Ziel (1916-1975) koos in 1959, toen er een nieuw volkslied gekozen moest worden, voor de melodie van Helstones ‘Welkom’, maar die werd afgewezen door de Staten van Suriname. Uiteindelijk werd gekozen voor een melodie van Johannes de Puy (1835-1924).

Biografie
Johannes Helstone, geboren in Berg en Dal aan de Surinamerivier in 1853, werd al vroeg ontdekt als een, vooral muzikaal, begaafde jongen. Hij werd aanvankelijk opgeleid als onderwijzer, en volgde muzieklessen bij het musici-echtpaar Williger en de Hernhutter zendeling Heyde. In 1880 zette hij zijn opleiding voort in Leipzig in Duitsland, waar hij nadien nog drie keer kwam (1892, 1900, 1907).
Na een tweede verblijf van 1892-1894 studeerde hij cum laude af. Bij de rampzalige La Fuente-brand in 1899 ging een groot deel van Helstones archief, inclusief twee piano’s, verloren. Helstones roem leed er niet onder.
Tot zijn latere leerlingen behoren Anton Plet, Dario Saävedra, Flora Samuels, Jospehine Nassy en Cor Anijs.

Literair werk
Wan Spraakkunst vo taki en skrifi da tongo vo Sranan, een grammatica van de Surinaamse taal Sranan Tongo (1903)
De Griekse muziek in het licht van de moderne toonkunst, Leipzig 1912
Neger-Engelsche spreekwoorden in vijf delen (1924-1925)

11-05-2009

Swallow-tailed kite bird



This bird of prey is a common sight in the interior of Suriname. It flies low over the treetops or high in the air like a very big swallow, sometimes in small groups. They hunt for large insects but Penard also found little birds in their stomach. They breed in Suriname, and are seen all year. Numbers seen are highest in March and July, but about the migration of these kites nothing much is yet known
Names in:
Scientific name: Elanoides forficatus
Dutch: Zwaluwstaartwouw
French: Milan à queue fourchue
Portugese: Gavilão-tesoura
Spanish: Gavilán tijereta
Surinamese: Sesei-aka
Carib: Kamalako, Salape
Arawak: Haimaleroe, Bajawja, Samalia-balielie (king of the swallows)

03-05-2009

BRIEVEN UIT SURINAME DOOR FRATER OCTAVANIUS Johannes van Wetten


Frater Johannes van Wetten, Octavianus heeft veel brieven geschreven en veel foto's en ansichtkaarten vanuit Suriname gestuurd.Nog maar 54 jaar oud overleed hij in 1950 aan keelkanker in Tilburg.
Johannes van Wetten wordt op 1 januari 1896 in Deurne geboren als vijfde in een echt uitgesproken rooms-katholiek gezin
Zij vader overlijdt als Johannes 3 jaar is en zijn moeder, ernstig hartpatiente voedt de kinderen alleen op.
Johannes, ook wel Hannes genoemd, bezocht de lagere school bij de "Fraters van OLVrouw Moeder van Barmhartigheid".
In 1909 gaat hij naar het convent van de fraters in Goirle en volgt daar de opleiding voor onderwijzer
Naast de lagere akte behaalt hij de hoofdakte en de akten Duits en Frans en geeft vervolgens les op een lagere school in Tilburg en daarna in Udenhout.
Op 12 april 1914 legt Johannes van Wetten de kloostergeloften af en vanaf dat moment draagt hij de kloosternaam frater Octavianus en krijgt in eigen familie als kloosterling, de eretitel Heeroom
In 1924 wordt hij benoemd voor het onderwijs in Suriname waar zijn congregatie inmiddels is gestart met het geven van katholiek onderwijs.

02-05-2009

REMENBRANCE OF TRAGICAL EVENTS OF MOIWANA 1986 MONUMENT




Moiwana is a Maroon village in the Marowijne district in the east of Suriname.
The village was the scene of the Moiwana massacre on November 29, 1986, during the civil war between the Surinamese military regime, and the Jungle Commando led by Ronnie Brunswijk. The army attacked the village, killing at least 35 of the inhabitants, mostly women and children, and burning the house of Ronnie Brunswijk. The survivors fled with thousands of other inland inhabitants over the Marowijne river to neighbouring French Guiana.
The human rights organisation Moiwana '86 has committed itself to justice with regard to this event.
The government has stated that it is still continuing its investigation of the massacre, but that prospective witnesses had either moved, died or were uncooperative.
In August 2005, the Inter-American Court of Human Rights ordered Suriname to pay 3 million USD in compensation to 130 survivors of the massacre, and to establish a 1.2 million USD fund for the development of Moiwana.




Moiwana krijgt monument



Henk Hendriks
01-08-2008



Op 29 november 1986 vermoordde het Surinaamse Nationale Leger 39 bewoners van het dorpje Moiwana. De Surinaamse regering voert een uitgebreid herstelprogramma in opdracht van het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens. Eén van de eisen is de oprichting van een monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers.



Het monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van Moiwanafoto: Henk Hendriks "Ik sta hier niet om uitvoering te geven aan een vonnis, maar als vertegenwoordiger van het hele Surinaamse volk", zegt president Ronald Venetiaan op 31 juli 2008 bij de overdracht van het herdenkingsmonument aan de nabestaanden van Moiwana ‘86. Twee jaar daarvoor had hij in het voetbalstadion van Moengo in soortgelijke bewoordingen al zijn spijt betuigd over wat zich daar had afgespeeld.



Op 29 november 1986 werd het bosnegerdorpje Moiwana in het district Marowijne bijna volledig uitgemoord door een patrouille van het Nationale Leger. De soldaten waren op zoek naar rebellen van Ronnie Brunswijk die vochten tegen Desi Bouterse. 39 mensen, mannen, vrouwen en kinderen vonden de dood. De tactiek van de verschroeide aarde joeg honderden inwoners van het Oost-Surinaamse district naar Frans Guyana, aan de overkant van de Marowijne rivier, waar velen van hen tot nu toe zijn gebleven.



SpookbeeldenNog steeds wordt Suriname achtervolgd door de spookbeelden van de jaren tachtig. Tussen de bizarre incidenten en stagnaties in het 8-Decemberproces, ligt ook de kwestie Moiwana de regering zwaar op de maag. Allereerst in materiële zin. Want niet alleen het voortslepende 8-Decemberproces kost handenvol geld, ook voor de wiedergutmachung van Moiwana ‘86 moet de Surinaamse regering diep in de buidel tasten.



Op 15 juni 2005 besliste het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR) dat het leed van de nabestaanden moest worden gerepareerd. Door een individuele schadevergoeding te betalen, het recht op terugkeer naar hun dorp te garanderen met behulp van een ontwikkelingsfonds van 1,2 miljoen US dollar en hen zogeheten grondenrechten toe te kennen.



Verder werd een onderzoek gelast naar de ware toedracht van het bloedbad op 29 november 1986 en dienden de nabestaanden te beschikken over de stoffelijke resten van hun geliefden. Tenslotte besliste het IACHR dat de Surinaamse regering in het openbaar haar spijt betuigt en voor de nabestaanden een standbeeld opricht dat tegemoet komt aan de wens om alle slachtoffers te gedenken en tevens een waarschuwing is voor komende generaties.
MonumentOp 31 juli 2008 is dit laatste onderdeel van het vonnis uitgevoerd. Langs de weg tussen Moengo en Albina, niet ver van het oorspronkelijke Moiwana is door de Surinaamse beeldhouwer Marcel Pinas voor een bedrag van 160.000 US $ een indrukwekkend monument gebouwd. Centraal staat een obelisk-achtige zuil met een afaka-teken, een van oorsprong Afrikaans geschrift. Rond de zuil staan 39 verschillende blokken. Kleine blokken voor de vermoorde baby's en kinderen, hoge zuilachtige blokken voor de volwassenen. Elk blok draagt de naam van een slachtoffer: Ajintoena, Misidjan...etc.



Onthulling plakkaat Moiwana Monumentfoto: Henk HendriksPresident Ronald Venetiaan is het monument hoogstpersoonlijk komen overdragen aan de bewoners. Hij werd daarbij vergezeld door minister Michel Felisie van Regionale Ontwikkeling, a.i minister van Justitie Kandhai en Ronnie Brunswijk, de fractievoorzitter van de A-combinatie in de Nationale Assemblee. Aan de overkant van de weg zijn al woningen te zien van het nieuwe Moiwana, maar de wederopbouw gaat uiterst traag.



GevaarAndré Ajintoena, de voorzitter van het comité nabestaanden Moiwana '86 windt er dan ook geen doekjes om. "De terugkeer van de nabestaanden loopt gevaar", zegt hij. "Er zijn onvoldoende voorzieningen." Het gemeenschapsfonds komt voornamelijk ten goede aan de woningbouw en is nu voor een kwart besteed. "Hopelijk voor U zijn alle doelstellingen over twee jaar gerealiseerd", zegt Ajintoena dreigend tegen president Venetiaan. "Want dan zijn er verkiezingen."Het antwoord van Kandhai geeft niet veel vertrouwen: Voor de overige punten op het wensenlijstje van het Inter-Amerikaanse Hof zijn er commissies en werkgroepen ingesteld, ‘wordt onderzoek gedaan' en is de regering hard bezig om ‘oplossingen te zoeken'.
CollectiviteitFelisie houdt de nabestaanden voor dat er alleen uitvoering aan de grondenrechtenkwestie kan worden gegeven als er sprake is van een nieuwe collectiviteit van Moiwana bewoners. "Grondenrechten zijn collectieve rechten." Maar de bewoners kijken liever de kat uit de boom tot Moiwana bewoonbaar is. En zolang ze er niet wonen, is er dus ook geen sprake van collectiviteit. Men kan zich bovendien afvragen of vestiging in Moiwana hun ultieme doel is.



Binnenlandbewoners zullen altijd een woning aanhouden in hun geboortedorp. Maar dat is dan niet direct hun vaste woon- of verblijfplaats. Toch zijn de vijf onafgebouwde woningen aan de overkant van de weg voorlopig het enige zichtbare bewijs van hun collectiviteit.





01-05-2009

Silver-beaked tanager bird inland rate stamp (minisize)




FIRST PRINT VALUE OF 50 c for INLAND MAIL IN SHEET OF 100


The Silver-beaked tanager is a member of a typical American family of birds (the Tanagers) with many brightly colored birds. The male of this tanager has a beautifull deep red color (maroon-crimson) and a silver-colored beak (first photo), the female is less conspiciously red as in the second one. They often fly around in groups of six to ten birds, making a lot of noise, calling their Surinamese name 'kin', pronounced as 'tjeeng'. All day they are searching for fruit and insects in the bushes. Their nest has the form of a cup, has often 2 to 3 eggs and can be found in the same bushes. After about twelve days the young hatch and after again twelve days they can fly. The silver-beaked tanager has no specific breeding season in Suriname. All year long nests can be found, more of them in the rainy season. Except calling, they can also sing nicely, this they do often early in the morning.The first two pictures (male and female) were made by Louis des Tombe in October 2007, below is a photo of two young males, one changing from juvenile to adult, made by Leo Olmtak (November 2008) and then follows a male from Candy McManiman made in Suriname in 2005. A beautiful picture of the three most common birds in Suriname, Silver-beaked and Blue-gray Tanager and Great Kiskadee, eating in the garden, comes from Leo Olmtak in Paramaribo.
The silver-beaked tanager is the most common bird in Suriname, it is the one most reported the last 60 years





27-04-2009

SURINAME NEWSPAPER 1774 2009 SURINAAMSE PERS PART ONE 1774


Weeklyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant, nr. 1, woensdag 10 augustus 1774Drukker/uitgever W.J. Beeldsnyder MatroosVerschijningsjaren 1774-1790
Drukker/uitgever Wolphert Jacob Beeldsnyder Matroos verkoopt de krant in 1777 aan Nicolaas Vlier. Als Vlier in 1781 overlijdt, gaat de drukkerij over op zijn vrouw Sara Johanna de Beer, die onder de naam 'Weduwe N. Vlier' de zaken voortzet. Als in 1786 haar tweede man Jsaac Tresfon jr. overlijdt, gaat ze verder als 'Weduwe J. Tresfon jr.'.De courant bevat binnen- en buitenlands nieuws, handelsberichten, berichten van de overheid en advertenties. Ze bericht bijvoorbeeld over slaventransporten, de oorlog met de marrons, de oorlogen in Noord-Amerika en Europa en gebeurtenissen in Nederland.

De pers in Suriname heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in maatschappelijke, politieke en culturele ontwikkelingen in Suriname, als doorgever van nieuws en informatie, als commentator en op bepaalde momenten zelfs als aanjager. En Surinaamse kranten en tijdschriften zijn belangrijke bronnen voor de (pers)geschiedenis van Suriname.

24-04-2009

23-04-2009

TRIBUTE TO POLITICIAN FRANK ESSED


Frank Essed

Franklin Edgar (Frank) Essed (Paramaribo, 21 april 1919 – aldaar, 22 december 1988) was een Surinaams politicus en bosbouwkundige.

Levensloop
Na de MULO volgde hij van 1936 tot 1940 een landmetersopleiding waarna hij gedurende 8 jaar als landmeter werkzaam was door geheel Suriname. In 1949 kwam hij naar Nederland waar hij bij de Landbouwhogeschool Wageningen in 1954 cum laude afstudeerde als bosbouwkundig ingenieur en in 1957 eveneens cum laude promoveerde.
Datzelfde jaar ging hij in Suriname werken bij de dienst 's Lands Bosbeheer (LBB) maar bij de vervroegde verkiezingen van 25 juni 1958 werd hij als NPS-lid in de Staten van Suriname gekozen. Op 5 juli werd het daaropvolgde kabinet onder leiding van premier S.D. Emanuels bekendgemaakt met Frank Essed als minister van het nieuwe ministerie van Opbouw. Dit ministerie omvatte de natuurlijke hulpbronnen (mijnbouw, bosbouw, waterkracht, grondbeleid), planning en ontwikkelingssamenwerking. Tijdens dit ministerschap zette Essed zich in voor Operation Grasshopper waarmee op meerder plaatsen verspreid over Suriname eenvoudige vliegvelden werden aangelegd om het binnenland te ontsluiten en daardoor een snelle inventarisatie van de bodemschatten mogelijk te maken.
Bij de verkiezingen van 1963 werd hij geen kandidaat gesteld door de NPS en in het kabinet-Pengel werd hij opgevolgd door de NPS'er Just Rens. Van 1963 tot 1967 was Essed directeur van de Stichting Planbureau Suriname. Zijn opvolger Rens kwam in conflict met de NPS en richtte in 1967 de Progressieve Nationale Partij (PNP) op. Essed werd lid en snel daarna voorzitter van de PNP die tijdens de verkiezingen in dat jaar 3 zetels kreeg in de Staten. Essed had zich niet kandidaat gesteld en was van 1967 tot 1969 hoofdambtenaar.
Als gevolg van stakingen viel begin 1969 het kabinet-Pengel waarna premier May van maart 1969 tot november 1969 leiding gaf aan een interimkabinet. Bij de vervroegde verkiezingen van 1969 behaalde het PNP-blok 8 zetels waardoor ook Essed in de Staten kwam. In het kabinet-Sedney werd hij wederom minister van Opbouw.
De verkiezingen van 1973 gingen vooral tussen enerzijds de Nationale Partij-kombinatie (NPS, PNR, PSV en KTPI) en anderzijds de VHP met als gevolg dat de PNP geen enkele zetel behaalde. Essed had zich reeds voor de verkiezingen van de PNP gedistantieerd. Hij werd adviseur van zijn opvolger (de NPS'er Michael Cambridge) en daarnaast had hij hoge functies in het bedrijfsleven.
In 1975 werd Essed de Surinaamse voorzitter van de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland-Suriname (CONS; de Nederlandse voorzitter was prof. F. van Dam). Met een deel van het geld dat Nederland aan Suriname bij de onafhankelijkheid in 1975 van Nederland ter beschikking had gesteld op grond van een integraal ontwikkelingsplan, werd begonnen aan de uitvoering van het West-Surinameplan. In het kader van dit plan werd van 1976 tot 1978 een 80 kilometer lange spoorweg aangelegd, van het Indianendorp Apoera naar het Bakhuisgebergte ten behoeve van bauxietwinning. Na de Sergeantencoup van 1980 is dat project uiteindelijk gestaakt, waardoor de spoorweg nooit is gebruikt. Al in een eerder stadium was duidelijk dat uitvoering van het project door onder andere gedaalde prijzen van bauxiet op de wereldmarkt waarschijnlijk verliesgevend zou worden. De laatste jaren wordt door grote bauxietmaatschappijen weer belangstelling getoond voor de bauxiet in het Bakhuisgebergte.
Na die staatsgreep in 1980 onder leiding van Desi Bouterse werd Frank Essed net als meerdere andere adviseurs en politici gearresteerd en naar de Santo Boma gevangenis gebracht. Essed heeft in totaal 9 maanden vastgezeten en kreeg in pas maart 1983 te horen dat er niets tegen hem gevonden was.
Na het verlaten van de kerstviering in het NPS-gebouw op 22 december 1988 raakte hij dodelijk gewond bij een verkeersongeluk toen hij de weg overstak waarna hij op 69-jarige leeftijd overleed in de ambulance.
Het pand aan de Dokter Sophie Redmondstraat in Paramaribo dat voorheen bekend stond als Regeringsgebouw heet tegenwoordig het "Dr. Ir. Franklin Essed gebouw". Hierin zijn onder andere het ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS), het Planbureau en het Kabinet van de vicepresident gevestigd. Ervoor staat sinds 1996 een borstbeeld van Essed gemaakt door Erwin de Vries. Er is ook een voetbalstadion naar Essed vernoemd.

Bibliografie
Ontwikkelings memorandum : Surinaamse natuurlijke hulpbronnen (1964)
De Universiteit van Suriname : rapport van de Commissie "Universiteit i.o." (1966)
Frank en vrij : voor en tegen van de N.P.S. (1966)
Opbouw '70 : ontwikkelingsstart der zeventiger jaren (1971)
Een volk op weg naar zelfstandigheid (1973)
De mobilisatie van het eigene : een ruimtelijk-fysieke bijdrage aan de integrale planning (1975)
Aktiviteiten in West Suriname : eerste verkenningsrapport Werkgroep West Suriname (1977)
Development history of Suriname from explanation towards mobilization and stabilization (1988)

19-04-2009

TRIBUTE TO WRITER AND NATIONALIST DOBRU



Dobru Robin “Dobru” Raveles, was born on March 29, 1935 in Paramaribo, Suriname. After attending high school, he studied law. He developed a strong sense of nationalism and during his high school period, wrote his first poem in Sranantongo, the creole language of Suriname. The source of inspiration was a Dutch schoolmaster, who doubted if one could ever write poetry in this language.He challenged Dobru and the very first poem Dobru wrote, was in Sranantongo, about poverty (“pina”).This was the beginning of his career as a poet and writer, in 1955. In 1957, he won the first price at the National Cultural Centre (“CCS”) with the poem “Fedi grabu”, which dealt with the death of his grandmother. The choices of themes came out of his social commitment, his determination to be the voice of the people for Surinamese identity. His prose stressed the Surinamese situation with emphasis on social problems, political awareness, and a strong call for independence, becauseSuriname was at that time still a colony of Holland.In his political career, Dobru was Co-founder of the Party Nationalist Republic (PNR), the politicalparty that strongly came out for independence. During his career he was a member of the National and the Latin-American Parliament (1974). In the first period of the Surinamese revolution (1980),he became the Deputy-Minister of Culture. He was also active in the field of labour. Dobru was an active member of the Suriname writers’organization, Moetete ’67 and writer’s organisation ’77. He was also a member of the Intellectuals for Sovereignty of the Peoples of the Americas. He became a free-lance journalist and wrote his political columns based on social changesfor the grassroots. He paid special attention to the peoples from the rivers, the Maroons and Amerindians. His poem “Wan Bon’ (One Tree) became well known and was translated into English, Spanish, Chinese, Hindi and Portuguese.During a visit to Guyana, Dobru learned about a meeting at the residence of the Prime Minister,where plans were made to have a Caribbean Festival. He decided to attend uninvited and he made hispoint:Suriname, although Dutch-speaking, and at the time not yet independent, was definitely a part ofthe Caribbean. At that meeting, CARIFESTA was born and Suriname with its broad-based cultural heritage became an outstanding member.Dobru kept strong ties with peoples in Latin America,the Caribbean, Africa and Asia. He became President of Suriname-Cuba Friendship Association and the North-Korean Friendship Association. With his visits to the Caribbean, the Americas, Africa and Asia, the reciting of his poetry and other Surinamese poets, and information about the country, Suriname became known worldwide. Because of his international orientation, he was able to keep close ties with other well-knownCaribbean writers.Dobru participated in CARIFESTA I, II and III. He was also co-coordinator of FESTAC Africa in 1974.He was often invited to speak about Surinamese culture and literature and to recite his poetry. In this respect, he was invited to Harvard University in the United States of America.His articles were published in the Revista casa de las Americas Havana Cuba, the Greenfield reviewUSA-Baltimore, Caliban USA-Miami, Dharm Jugh India-New Delhi, New Writings in the Caribbean Guyana-Georgetown, BIM Barbados-Bridgetown, among others.Dobru died at the age of 48 in 1983. He was nationally and internationally memorized in songs, poetry and prose. During CARIFESTA VI, in Trinidad and Tobago, he was honored as a true son of Suriname and the Caribbean.
R. “Dobru” Raveles Poet, writer, declamation-artist, politician, trade union leader.
Date of birth : March 29th, 1935 Paramaribo, Suriname
Date of demise : November 17th, 1983 Paramaribo, Suriname
Debut : “pina” (poverty)College, 1953 Famous poem : “Wan bon” (One tree)Final poem : “Grantangi” (Gratitude,Havana Cuba 1983)Quote : “My name is Suriname... I am nobody’s slave and nobody is my master”(Boodschappen uit de zon. Anthology 1982)Genres :
Poetry, prose, short stories, drama, auto-biography, politics,social protest,cultural.Politics :
(Co-founder) Party Nationalistic Republic

18-04-2009

BIRD 2009 OSPREY AIRMAIL STAMP WITH HOLOGRAM


The ospreys come to Suriname from North America. Most of them are here from August to April, but some spend the whole northern summer in Suriname, most of them fish in the lagoons in the northern part of Suriname and once as many as 30 were seen above and around the same lagoon But you can also find them fishing in rivers far from the coast. Flying over the water, they dive down with their feet first to grab a fish, then fly off to a tree to eat it.