14-10-2010

FDC SOLIDARITY CAMPAIGN WEST PAPUA AND SOUTH MOLLUCAS


RMS REPUBLIC OF SOUTH MOLLUCAS SURINAME SOLIDARITY STAMP

FREE WEST PAPUA SOLIDARITY OF SURINAME



http://www.freewestpapua.com.au/

West Papua, or Irian Jaya as it's often referred to in Indonesia, is the western half of the island of New Guinea and is only 250 kilometres from Australia.

During the 1950s, with assistance from its Dutch colonial government and the Australian government, West Papua was moving towards independence. By 1961 the colony had its own flag, the 'Morning Star', and Papuan government officials.

However in 1962, conflict erupted over West Papua between The Netherlands and Indonesia, and a United Nations agreement gave control of the colony to Indonesia for six years. This was to be followed by a referendum to determine the views of the population.

These six years of Indonesian control saw well-documented cases of violence and abuse by the military. Then in 1969, Indonesia conducted a shame referendum called the Act of Free Choice.

Only 1025 Papuans, representing a population of one million, were picked to vote. Under severe duress, including threats from senior ranking military officials to cut their tongues out, they voted to remain part of Indonesia.

Despite a critical report by a UN official who was present, citing serious violations, the UN shamefully sanctioned the vote and West Papua officially became a part of Indonesia.

Papuans call this referendum the "Act of No Choice".

In the 35 years that have followed, the people of West Papua have suffered at the hands of Indonesia's military regime. Since 1962 an estimated 100,000 people have been killed or disappeared by the brutal military regime. Thousands have been raped and tortured and entire villages, especially in the highlands, have been destroyed. During the mid-1990s the Indonesian military systematically destroyed village gardens, causing widespread famine.

Despite the democratic reforms in Indonesia following the fall of General Suharto in 1998, terrible human rights abuses have continued. In 2001, the elected leader of the Papuan Presidium Council (PDP), Mr Theys Eluay, was assassinated by the Indonesian military.

A military build up in West Papua has continued under Indonesian President Susilo Bambang Yudhoyono and a government ban on journalists traveling to West Papua severely limits the international community's ability to monitor the scale and impact of the human right abuses occurring in West Papua.

03-10-2010

FIRST SET TO TRIBUTE TO SURINAME HEROES IN WORLD WAR 2 SURINAAMSE SOLDATEN IN WO2 1940 1945




Suriname in WO2


Er zijn niet veel Nederlanders die het weten, maar Suriname heeft een grote bijdrage geleverd aan de overwinning van de geallieerden in de Tweede Wereldoorlog. Jarenlang was de Amerikaanse oorlogsindustrie voor zijn vliegtuigbouw voor meer dan 60 procent afhankelijk van Surinaamse bauxiet. Bovendien vochten honderden Surinamers mee tegen de Japanners en de Duitsers. De Surinaamse ambassadeur in Nederland vindt dit voldoende reden om Surinamers nauwer bij de Nederlandse herdenkingsplechtigheden te betrekken. "Gezamenlijk herdenken doet recht aan de historische feiten."

"Het enige dat ik mij van de Tweede Wereldoorlog in Suriname kan herinneren is dat ik als jongetje van 5 jaar grote tanks over de zandwegen langs ons huis zag rijden en soms grote Zeppelins zag overkomen. Verder heb ik van de oorlog weinig meegekregen", zegt Evert Azimullah, ambassadeur van Suriname in Nederland. "Pas toen ik opgroeide", vervolgt Azimullah, "en ik meer ging lezen over de Surinaamse geschiedenis, ben ik erachter gekomen dat de rol van Suriname niet zo zijdelings is geweest als ik aanvankelijk dacht. Ik realiseerde mij toen ook dat er ons op school, in het op de Nederlandse leest geschoeide onderwijs, wel erg weinig over die Surinaamse bijdrage is verteld."

De Surinaamse bijdrage aan de strijd van de geallieerden is een ondergeschoven kindje. Niet alleen autochtone Nederlanders, maar ook de Surinaamse gemeenschap in Nederland en in Suriname zelf zijn maar nauwelijks op de hoogte van de betekenis van hun land voor het verloop van de oorlog. Ambassadeur Azimullah heeft daar ook wel begrip voor. "Temidden van het grote oorlogsgeweld valt de rol van het kleine landje Suriname natuurlijk weg, hoe belangrijk, en in veel opzichten ontroerend die rol ook is geweest", zegt hij. "Maar voor een kleine gemeenschap als de Surinaamse gaat het om een belangrijk hoofdstuk uit de geschiedenis."
De ambassadeur houdt elk jaar een toespraak tijdens een oorlogs-herdenkingsplechtigheid van voor-malige werknemers van de KNSM in Amsterdam en merkt dan dat de Surinaamse oud-strijders en nabestaanden het zeer op prijs stellen dat er aandacht wordt besteed aan hun rol in de oorlog. Veel Surinaamse militairen deden tijdens de oorlog op koopvaardijschepen dienst als kanonnier om de vloot te beschermen tegen Japanse lucht- en Duitse torpedo-aanvallen. "Ook jongeren komen dan naar mij toe en zeggen 'Goh, ik wist dit allemaal niet. Er moet meer aandacht aan worden besteed."

Amerikaans legermacht in Suriname

Bauxiet en diep gevoelde loyaliteit aan Nederland zijn de twee sleutelbegrippen waar het bij de Surinaamse oorlogsbijdrage om draait.
De enorme bauxietvoorraden waarover Suriname beschikte, werden vanaf 1939 van groot belang. Bauxiet is de grondstof voor aluminium en Engeland en de Verenigde Staten waren voor hun vliegtuigproductie, die in allerijl opgevoerd moest worden, voor hun bevoorrading grotendeels op de Nederlandse kolonie aangewezen. Tussen 1940 en 1943 leverde Suriname 65 procent van de Amerikaanse behoefte aan bauxiet. Zo belangrijk waren de Surinaamse bauxietmijnen dat Amerika in 1941 een legermacht van 2.000 man in Suriname stationeerde om de mijnen te beschermen. De Amerikanen waren bang voor een inval vanuit het naburige Frans Guyana, dat de zijde van Vichy-Frankrijk had gekozen, of Brazilië, waar veel Duitsers woonden. Zelfs een Duitse invasie vanuit zee, met behulp van duikboten, werd niet uitgesloten.
De strijdmacht van Suriname, de Schutterij, leverde haar eigen bijdrage aan de verdediging van de bauxietmijnen: de troepenmacht groeide van 180 man in 1940 tot ongeveer 5.000 in 1942, onder wie voor het eerst ook Surinaamse vrouwen. Naast deze grotendeels op dienstplicht gebaseerde bijdrage kwam er vanaf mei 1940 echter ook een grote golf van spontane steunbetuiging aan Nederland los.
"De Surinamers waren geschokt door de bezetting van Nederland. Ze voelden die als een inbreuk op hun eigen eer. Ze voelden zich verplicht Nederland en het koningshuis te verdedigen," aldus Azimullah. "Achteraf gezien is die enorme loyaliteit aan het koloniale moederland opmerkelijk te noemen. Maar je moet het natuurlijk in zijn tijd plaatsen. De grote massa van de Surinaamse bevolking wist niet beter dan dat de rood-wit-blauwe vlag en het koningshuis heilig waren. Ik denk trouwens dat de pro-Nederlandse houding die toen bij grote delen van het Surinaamse volk leefde, in 1999 nog steeds bestaat."

Enkele honderden Surinamers meldden zich vrijwillig voor dienst in de Prinses Irene Brigade, een aanbod dat werd afgeslagen, volgens geschiedschrijver Lou de Jong zeer waarschijnlijk omdat de Nederlandse regering in ballingschap niet wilde dat de zwarte Surinamers bij blanke soldaten werden ingedeeld. Pas in de laatste oorlogsjaren werden honderden Surinaamse vrijwilligers ingedeeld bij troepen die tegen de Japanners vochten in Nederlands Indië. Zo'n 200 Surinamers kwamen als 'gunners' op koopvaardijschepen terecht. Tientallen Surinamers sneuvelden. Een aantal van de Surinamers die bij het uitbreken van de oorlog in Nederland waren, sloot zich aan bij het verzet. Van hen is Anton de Kom, die door de Duitsers werd opgepakt en in een concentratiekamp werd gedood, de bekendste. Ook veel joodse Surinamers werden door de Duitsers weggevoerd en vermoord.In de ogen van Azimullah een van de opmerkelijkste bijdragen was de inzamelingsactie voor de aanschaf van een Spitfire. "De Surinaamse bevolking bracht meteen aan het begin van de oorlog 38.000 gulden bijeen, destijds een omvangrijk bedrag, om een vliegtuig te kopen dat zou moeten meevechten voor de bevrijding van Nederland. Dat was voor zo'n kleine bevolking toch een prachtige geste', vindt Azimullah. "Als je bedenkt dat arme mensen die geen financiële bijdrage konden leveren hun aluminium pannen en potten omsmolten, dan geeft dat blijk van een verknochtheid aan Nederland die ronduit ontroerend is te noemen."

Surinamers bij herdenkingen

Azimullah betreurt het dat de Surinaamse bijdrage bij de officiële herdenkingen vaak onderbelicht blijft. "Koningin Wilhelmina heeft destijds haar dank betuigd voor de rol van Suriname en premier Gerbrandy heeft openlijk verklaard dat de geallieerde overwinning mede te danken is aan olie uit de Nederlandse Antillen en de Surinaamse bauxiet. Dat is voor ons van grote betekenis geweest, maar daarna hebben we van Nederland weinig meer vernomen." De ambassadeur vindt dat de herdenkingsplechtigheden op 4 en 5 mei de gelegenheid bij uitstek zijn om de Surinaamse oorlogsbijdrage meer aandacht te geven.

"Wellicht zou het goed zijn Surinaamse vertegenwoordigers bij de herdenkingen uit te nodigen. Hun aanwezigheid heeft een sym-bolische functie en stemt mensen tot nadenken." Om die reden is de ambassadeur ook heel blij met de jaarlijkse deelname van de Surinaamse Oorlogsveteranen aan de kranslegging op de Dam.
"De aanwezigheid van Surinamers bij de herdenkingen draagt ertoe bij dat mensen beseffen dat ook Surinamers een rol hebben gespeeld in de oorlog. Als ze ee Surinaamse vertegenwoordiging zien, maakt dat duidelijk: Suriname was erbij! Een Nederlands-sprekend volk heeft meegevochten onder Nederlandse vlag. Ze wilden niet anders. Daar moeten beide zijden toch ook iets bij voelen. Het is daarom meer in overeenstemming met de historische werkelijkheid als er meer Surinamers bij de herdenkingen in het land aanwezig zijn."

Azimullah maakt hierbij geen onderscheid tussen de Surinamers in Suriname en hun volksgenoten in Nederland. Gezamenlijk herdenken heeft volgens hem vooral in Nederland als bijkomend voordeel dat het de integratie stimuleert.
"Ik denk zeker dat de Surinaamse Nederlanders het op prijs zouden stellen als er meer aandacht wordt besteedt aan de rol van Surinamers in de oorlog en zij erbij worden uitgenodigd. Het kan ook helpen een groter gevoel van verbondenheid tot stand te brengen tussen de Surinamers en de autochtone Nederlanders in deze multiculturele samenleving," zegt Azimullah. "Als we daar gezamenlijk staan, bij de herdenkingen,en andere Nederlanders en Surinamers zien dat, dan kan dat alleen maar een positieve uitwerking hebben op het integratieproces. Nee, ik zie geen enkel negatief element. Een nauwere betrokkenheid van Surinamers bij de herdenkingen zou een schot in de roos zijn."


Bron:
interview met dhr. Evert Azimullah, ambassadeur van Suriname in Nederland, door Jos Havermans, d.d. januari 1999 (dit interview is afgedrukt in Vier Vrijheid, maart 1999)

16-09-2010

TRIBUTE TO FREDERIK RAMDAT MISIER THIRD PRESIDENT OF THE REPUBLIC SURINAME/ HULDE AAN DE DERDE PRESIDENT VAN DE REPUBLIEK SURINAME




Lachmipersad Frederik "Fred" Ramdat Misier (28 October 1926–25 June 2004) was the 3rd President of Suriname, serving from 1982 to 1988.


Early life
He was born on 28 October 1926 in Paramaribo, Suriname. His parents were Famparpas Ramdat Misier and Ramkali Misier.[1]

Political career
Before becoming president, Ramdat Misier served as a teacher, lawyer and president of the Court of Justice. Dictator Desi Bouterse appointed Ramdat Misier third president of Suriname on 8 February 1982. As president, he oversaw November 1987 democratic elections that elected Ramsewak Shankar to the presidency. Ramdat Misier was succeeded by Shankar in February 1988.[2]

Death
Ramdat Misier died on 25 June 2004, at the age of 78. His death occurred at the country's capital, Paramaribo. Former president Jules Wijdenbosch commented on Ramdat Misier's political career, saying "he has played a vital role in Suriname's new democratic gestation. He brought unprecedented developments for the country."[2] He is survived by his spouse, Hilda Doergadei Dewanchand. Ramdat Misier's cremation was held on 30 June and was attended by a number of dignitaries, including Wijdenbosch and current president Ronald Venetiaan.[3]

Fred Ramdat Misier


L.F.Ramdat MisierLachmipersad Frederik (Fred) Ramdat Misier (Paramaribo, 28 oktober 1926 – aldaar, 27 juni 2004) was van 1982 tot 1988 waarnemend president van Suriname.

Ramdat Misier studeerde rechten en werkte voor daarna als ambtenaar voor de griffie van Paramaribo. In mei 1952 werd hij Hoofd van het Bureau Kosteloze Rechtsbijstand van Suriname. In 1961 werd hij waarnemend griffier van het kantongerecht in het Nederlandse Utrecht. Van 1961 tot 1963 was hij waarnemend lid van het Surinaamse Hof van Justitie. In 1963 werd hij lid van het Hof van Justitie. Na de onafhankelijkheid van Suriname werd Ramdat Misier vicepresident van het Hof van Justitie. Volgens een bepaling in de grondwet van Suriname, moest de (vice)president van het Hof na het onverwacht aftreden van een staatspresident, waarnemend president van de republiek worden. Deze situatie deed zich in februari 1982 voor, toen president Henk Chin A Sen na een conflict met legerleider Bouterse aftrad. Volgens de grondwetsbepaling volgde Ramdat Misier hem als president op.

Ramdat Misier vervulde het ambt van waarnemend president tot februari 1988, toen hij als president werd opgevolgd door Ramsewak Shankar.

Fred Ramdat Misier overleed op 77-jarige leeftijd

23-08-2010

120 JAAR JAVAANSE IMMIGRATIE IN SURINAME 1890 2010



/>

1
Persbericht
120 Jaar Javaanse Immigratie. Een Andere Kijk op Geschiedenis
Dit jaar is het 120 jaar geleden dat de eerste groep Javaanse contractarbeiders uit Nederlandsch-Indië naar Suriname vertrok. Op 9 augustus 1890 kwamen ze in Paramaribo aan.
Op zondag 8 augustus 2010 wordt de historische aankomst van deze eerste groep Javanen gemarkeerd met een Culturele Manifestatie. De Manifestatie wordt ingevuld met muziek, dans en theater. Ook is er een jongeren talkshow. Jongeren gaan met elkaar in gesprek over hun beleving van de Javaanse identiteit. De fototentoonstelling Javaans Erfgoed in Nederland van fotograaf Matte Soemopawiro, die eerder te zien was in de Bibliotheek Segbroek, Den Haag zal ook tijdens de Manifestatie te bezichtigen zijn.
De Manifestatie besteedt tevens aandacht aan het levensverhalen project Javaanse Migratie en Erfgoedvorming in Suriname, Indonesië en Nederland. Het project dat oral histories verzamelt in de drie landen, is een gezamenlijk initiatief van het Koninklijk Instituut voor Taal, Land en Volkenkunde (KITLV) en de Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (STICHJI). Aan het project werken mee het Indonesisch Wetenschappelijk Instituut, Lembaga Ilmu Pengetauan Indonesia (LIPI) en de Vereniging Herdenking Javaanse Immigratie (VHJI) in Suriname. Tijdens de Manifestatie krijgt het publiek informatie over de voortgang. Een film en een theatrale vertolking van een levensverhaal, bieden een voorproefje van de resultaten van het project.
Op zaterdag 27 november 2010 worden de resultaten in de vorm van een boek en een website gepresenteerd in de Centrale Bibliotheek Den Haag.
Achtergrondinformatie Tot aan 1939 werden circa 33.000 Javanen naar Suriname overgebracht. Na hun contractperiode vestigde de meerderheid zich in Suriname. Slechts een minderheid keerde terug naar Indonesië. De meest beschreven terugkeer is de georganiseerde repatriëring in 1954 van circa 1000 personen naar Indonesië. Deze bestond uit Javaanse ex-contractarbeiders en hun in Suriname geboren (klein)kinderen. Tegen beter weten in kwamen zij niet terecht op Java, maar in Tongar, een plaatsje in West-Sumatra. Daar bleven de meesten niet lang. Hun zoektocht naar een beter leven bracht hen naar andere plaatsen in Indonesië: Pekanbaru, Padang, Medan, Jambi, Jakarta, maar ook opnieuw naar Suriname.
Veel minder bekend is de groepsmigratie in 1953 van enkele tientallen Javanen naar het buurland Frans Guyana. Vermoedelijk zijn tot aan het eind van de jaren 60 nog meer personen in groepsverband naar Frans Guyana vertrokken. Tijdens de Surinaamse binnenlandse oorlog weken ook Javanen, vooral vanuit Moengo en Albina, naar Frans Guyana uit. Volgens de Franse bevolkingsgegevens van 2005 wonen momenteel zo’n 1900 Javanen in Frans Guyana.

18-07-2010

BERNARDO ASHETU DICHTER LITTERATURE






Bernardo Ashetu, pseudoniem van Hendrik (Henk) George van Ommeren, (Kasabaholo, 4 maart 1929 — Den Haag, 3 augustus 1982) was een Surinaams dichter.


Leven
Van Ommeren alias Ashetu werd geboren aan de rand van Paramaribo. Hij bracht zijn jeugd in Suriname door en een groot deel van zijn latere leven als scheepsmarconist in de Caraïbische wateren. Hij debuteerde in de reeks Antilliaanse Cahiers van De Bezige Bij met de omvangrijke bundel Yanacuna (1962), ingeleid door Cola Debrot, waarin behalve gedichten ook enkele korte poëtisch getoonzette prozastukjes staan, die mogelijk als prozagedicht zijn op te vatten. Hoewel hij debuteerde in een tijd toen vele dichters zich voor het eerst presenteerden, onttrekt zijn in het Nederlands geschreven poëzie zich aan de toon en de dichterlijke objecten van die dagen (in het bijzonder aan de maatschappelijk bewogen strijdpoëzie). Hij schrijft gevoelige verzen, fijnzinnig observerend hoe droom en werkelijkheid uit elkaar groeien (hij had een enorm problematische relatie met zijn vader) en uiteindelijk slechts droefenis overblijft voor ontheemden overaI ter wereld.

Lang na zijn overlijden begonnen zijn gedichten te verschijnen in de Spiegel van de Surinaamse poëzie (1995) en in tijdschriften als Dietsche Warande & Belfort, Bzzlletin, Poëziekrant en De Tweede Ronde. In 2002 kwam er een nieuw bundeltje van hem uit in Paramaribo: Marcel en andere gedichten. In 2007 verscheen in Nederland een keuze uit zijn werk gemaakt door Gerrit Komrij onder de titel Dat ik zong. Later dat jaar verscheen een bibliofiele editie van zijn gedicht Indiaans (zie Werkgroep Caraïbische Letteren).
Een gedicht van Bernardo Ashetu
Onkruid

Bespot mij niet
vandaag
nu 't mis is
met m'n kleurkrijt.
De tonen zijn
te zwak van
m'n mooie klarinet.
Bespot mij niet
vandaag
nu ik met de
spade omwoel m'n
tuin vol bitter onkruid.

13-06-2010

toussaint l ouverture MS SURPOST STEUN HAITI HAITIAANSE ONAFHANKELIJKHEID 1804




Olton Willem van Genderen 20 jaar 1921-1990







Olton Willem van Genderen
"Da Djende"

In dienst van Land en Volk
Olton Willem van Genderen werd op 17 oktober 1921 te Albina geboren in het distrikt Marowijne; overleden op 9 november 1990 in Paramaribo. Hij werd vanwege zijn inzet en motivatie naar de stad gestuurd om zich verder te ontwikkelen. Door de Evangelische Broedergemeente (EBG), werd hij opgevangen en gevormd in het internaat Saron, de zogenaamde "gele kost".Zijn internaatsperiode kenmerkt zich door strenge discipline van zijn opvoeders. Hij bleek zich goed te kunnen handhaven en onderscheidde zich reeds vanwege zijn inzet, ijver, overtuigingskracht en doorzettingsvermogen.
Ambtelijke loopbaan Na zijn ULO en MULO periode startte hij zijn ambtelijke loopbaan als schrijver bij het departement van onderwijs. Vervolgens doorliep hij verschillende rangen bij de dienst der Invoerrechten en Accijnzen. In het kader hiervan voltooide hij zijn opleiding als verificateur in Nederland. Op 38 jarige leeftijd werd hij ambtenaar ter beschikking op het ministerie van Sociale Zaken. Op zijn 39ste onderdirecteur en op zijn 42ste volgde zijn benoeming tot de hoogste ambtelijke post nl. dat van directeur van het ministerie van Arbeid en Sociale Zaken. Tot zijn pensionering in 1981 was hij Raadsadviseur in Algemene dienst op het ministerie van Algemene Zaken. In de samenleving vervulde hij uiteenlopende leiding gevende en coördinerende functies in de vakbeweging en politiek.
De vakbondsleider In de vakbeweging functioneerde hij enige jaren als voorzitter van de douane bond, van 1957 en 1963 als voorzitter van de Paranam Werknemersbond (PWB) en als voorzitter van de SMS bond. In 1963 werd hij benoemd tot ere-voorzitter van de PWB en van de bond van personeel in dienst van de Scheepvaart Mij. Suriname (SMS).
De politicus In de nationale politiek kenmerkte hij zich door nadrukkelijk te functioneren als pleitbezorger en belangenbehartiger voor de bewoners van de districten en het binnenland. Olton was één van de actieve politici die voorstander was van het creëren van basisvoorzieningen zoals electriciteit, water en overige relevante infrastructuur ten behoeve van onze broeders en zusters in het binnenland en districten. Als districtskind wist hij uit eigen ervaring hoe noodzakelijk het was om het platteland tot ontwikkeling te brengen.Als geen ander kende hij de zeden, gewoonten en cultuur van de bewoners uit het binnenland en liet zich kennen als een oprechte Afro-Surinamer, die vloeiend het Aukaans, Saramaccaans, Paramacaans en Matawai sprak. Als blijk van waardering voor zijn bijzondere inzet werd hem door de binnenlandsbewoners de roepnaam "Da Djende" toegekend, hetgeen betekent mijn "Goeroe". Deze politieke roepnaam "Da Djende" groeide uit tot een begrip in de Surinaamse samenleving.
Nationale Partij Suriname (NPS)Vanaf de oprichting in 1946 is hij lid van de NPS en op 21 juli 1958 (oud 37 jaar) deed hij zijn intrede als lid van het Parlement van Suriname, gekozen in het district Paramaribo.Vanaf 1963 tot 1980 werd hij bij elk gehouden parlementsverkiezing ononderbroken (17 jaar lang) gekozen als volksvertegenwoordiger van het district Marowijne.
Voor de NPS vervulde hij zowel in de Partij als in het parlement en de regering verschillende politiek-bestuurlijke functies.In 1978 werd hij gekozen tot partijraadsvoorzitter, welke functie hij vervulde tot de herstructurering van de NPS in 1987. Vanwege zijn politieke inbreng en verdiensten voor land en volk en in het bijzonder de Partij waarmee hij zich zo sterk verbonden voelde, werd hij tot erevoorzitter van de NPS benoemd.
ParlementIn dit hoge college van staat vervulde hij de volgende functies:
lid van het parlement.
fractieleider van de fractie van de NPS.
voorzitter van het Surinaams parlement.
RegeringVan 1973 t/m 1980 nam hij deel van de regering van Suriname. Hij vervulde de volgende functies:
minister van districtsbestuur en decentralisatie.
minister van landbouw, veeteelt en visserij.
minister van binnenlandse zaken en districtsbestuur.
Tevens vice minister-president van de Republiek Suriname.
Ambtshalve vertegenwoordigde hij Suriname in binnen- en buitenland en ontving enkele hoge onderscheidingen van de Republiek Suriname, het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van Venezuela, t.w.:
ere medaille i.v.m. het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus – Nederland.
Officier in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Grootkruis in de Orde van Oranje Nassau – Nederland.
Francisco de Miranda eerste klasse – Venezuela.
Commandeur in de Ere Orde van de Gele Ster – Suriname.
De sportman Op sportgebied heeft hij eveneens zijn sporen verdiend. Als actief tennisspeler is hij Surinaams kampioen geweest en heeft hij tezamen met de heer Fons Maynard als Suriname’s dubbelkampioen in de jaren vijftig Suriname bij een aantal interlands in de regio vertegenwoordigd.Hij is eveneens voetballer geweest van de vereniging Transvaal, van welke vereniging hij tot aan zijn overlijden beschermheer is geweest.
De mens OltonEen bijzondere karakteristiek van Olton was zijn trouw en discipline.Trouw aan zijn partij, trouw aan zijn vrienden, trouw aan het gegeven woord, en bovenal trouw aan zijn gezin. Zijn lief en leed deelde hij met zijn vrouw Georgine en hun kinderen aan wie hij slechts één boodschap had nl.: dat de mens er is om te dienen.
Een eigenschap welke vermeld moet worden is zijn oprecht geloof in de opgestane en verrezen Messias, in de Heer van Hemel en Aarde.Hij voerde intensieve en langdurige gesprekken met Hem waarbij hij vroeg om te mogen delen in de genade en de barmhartigheid van de Heer Jezus Christus.Zijn kracht en inspiratie had Olton nodig om te functioneren als vriend, vader, broer, familielid, politicus en mens.
Hij wist, zoals iedereen van ons, dat hij moest sterven en vond vanwege zijn geestelijke overtuiging, dat de lichamelijke dood slechts een overgang is van het leven op aarde met Christus tot het leven in de hemel met Hem.De dood verandert immers de continuïteit van deze relatie niet; hij verrijkt deze alleen maar.
Olton heeft hoop die over het geloof van het graf heen reikt.
Koningin Beatrix viert in Paramaribo de Surinaamse onafhankelijkheid. 2e van links Olton van Genderen. (25 november 1975) (foto: Archief ANP)
Da Djendé
De huidige Surinaamse bevolking die uit vele jongeren bestaat, naar schatting bijna 60%, heeft enorm behoefte aan het leren ontdekken en kennen van de geschiedenis van hun land. Met name de jongeren willen weten wie de leiders waren die leiding gaven aan de onafhankelijkheid van het land. Dit met het oog op het vergroten en versterken van hun historisch besef.
Vele leiders die de onafhankelijkheid inluiden zijn niet méér in leven zoals de toenmalige regeringsleider de heer H.A.E. Arron en de heer E. Bruma, die belangrijke initiatiefnemers zijn geweest ter realisatie van het politiek en economisch op eigen benen staan van de Surinaamse natie.De toenmalige waarnemend Minister President van Suriname, de heer Olton Willem van Genderen, heeft een belangrijke rol gespeeld bij het vertalen van het belang van de onafhankelijkheid onder de inheemse groeperingen, de Marrons en Indianen.Hij is inmiddels overleden, op 9 November 1990 in Paramaribo en begraven.
Wij willen de jongeren alsook anderen vertellen waarom Olton Willem van Genderen zich heeft ingezet om mee te werken aan de politieke onafhankelijkheid van zijn land. Hij heeft de Graaf von Zinzendorf school doorlopen en volgde in Nederland een beroepsopleiding tot verificateur. Hij kwam in de politiek terecht via onder meer de grote volksleider Johan AdolfPengel en gaf politiek leiding aan de NPS fractie en NPS Partij. Hij ontving van de Surinaamse, Nederlandse en Venezuelaanse Regering grote onderscheidingen.
Voor hem willen wij een website maken en vragen hierbij iedere lezer om informatie, verhalen, anekdotes en leuke ervaringen of foto”s en ander materiaal van Olton Willem van Genderen ter beschikking te stellen. Met name willen wij de actieve rol die de heer van Genderen vervuld heeft bij het onafhankelijkheidsproces van Suriname belichten middels het vertalen van de politieke onafhankelijkheid naar zijn trouwe achterban toe.
Het was bekend dat de heer Olton Willem van Genderen de aan hem toegewezen taken vakkundig en disciplinair vervulde. Het was niet eenvoudig om deze groeperingen de onafhankelijkheidsboodschap bij te brengen daar zij zich reeds toe beriepen op eigen traktaten die met het Nederlands Koningshuis waren afgesloten. De heer van Genderen die grootvertrouwen genoot in het binnenland slaagde erin de aanvankelijke kritisch houding van de inheemsen te transformeren tot een constructieve.
Het is goed om even stil te staan bij de bijdrage die van Genderen geleverd heeftom Suriname op te bouwen. Hij beheerste de taal en cultuur van de Marrons en kon bijzonder effectief en efficiënt met deze groep communiceren en werd alom beschouwd als bruggenbouwer tussen de stad en het binnenland.De autoriteiten in de stad hadden alle vertrouwen in Da Djendé, zoals hij genoemd werd door de Marrons, om een intermediaire rol te vervullen teneinde het integratieproces tussen de inheemsen en niet inheemsen in de Surinaamse multiculturele samenleving te bevorderen.