28-02-2010

DEFINITIVE SERIE INDEPENDENCE-SURINAME-ONAFHANKELIJKHEID

Onafhankelijkheid
De onafhankelijkheid 1975Het streven naar de onafhankelijkheid werd op 15 februari 1974 aangekondigd door premier H.A.E. Arron. In de regeringsverklaring werd opgenomen dat de onafhankelijkheid ‘per ultimo 1975’ zou plaatsvinden.Voor 1974 waren er natuurlijk al enkele nationalistische c.q. politieke groeperingen die de onafhankelijkheid van Suriname propageerden m.n. de P.N.R. (Partij Nationalistische Republiek
Niet alle groeperingen in het land waren voorstanders van de onafhankelijkheid, maar na het bereiken van consensus omtrent de totstandkoming van de onafhankelijkheid hebben de oppositionele als coalitie partijen elkaar de hand gereikt.Met name Jagernath Lachmon (voorzitter van de Verenigde Hervormings Partij- V.H.P en leider van de oppositie) en Henk Arron (Minister-President van Suriname en leider van de coalitiepartijen, de Nationale Partij Kombinatie- N.P.K.) gaven elkaar, na een conflict van langer dan een jaar, een warme ‘brasa’ (omhelzing).
Op 19 november 1975 keurden de Staten unaniem de nieuwe grondwet en de vlag van Suriname goed en stemden voor de beëindiging van het Statuut. (koninkrijksrelaties)Op 25 november 1975 vond de proclamatie plaats van de onafhankeljke Republiek Suriname, in aanwezigheid van premier Den Uyl en kroonprinses Beatrix.Als eerste president van de Republiek Suriname werd J.H.E. Ferrier, beëdigd.
Akte van Souvereiniteit
Akte van Erkenning
De vlag van de Republiek Suriname
Wapen van de Republiek Suriname
Bevolkings samenstelling
Volkslied van de Republiek Suriname
Akte van SouvereiniteitWij, de President van de Republiek Suriname, op heden de 25ste november 1975 in buitengewone plechtige vergadering van het Parlement van Suriname in de aula van de Universiteit van Suriname:Gelet op artikel 62 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waardoor de statutaire band vanaf heden is beëindigd;Verklaren dat de Republiek Suriname vanaf heden de status van onafhankelijke en souvereine staat bezit:Bevelen dat deze akte met onze handtekening bekrachtigd en mede-ondertekend door alle Ministers, afgekondigd zal worden op heden de 25ste november 1975 door plaatsing in het Staatsblad.
Gedaan te Paramaribo, de 25ste november 1975.

Akte van ErkenningWij Juliana, op heden de 25ste november;Gelet op het streven van de regering van Suriname om de onafhankelijkheid van Suriname te verwezenlijken;Gelet op artikel 62 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waardoor de statutaire band met Surianme vanaf heden is beëindigd en gelet op de akte van souvereiniteit van Suriname,Verstaan, dat wij mitsdien op heden de 25ste november als een onafhankelijke en souvereine staat Suriname erkennen.Bevelen dat deze akte, met onze handtekening bekrachtigd en mede ondertekend door onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, de Ministers van Surinaamse en Antilliaanse Zaken, van Buitenlandse Zaken en van Justitie, in handen zal worden gesteld van de regering van Suriname en dat onze Minister van Buitenlandse Zaken een gewaarmerkt afschrift van deze akte zal verzenden aan beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Raad van State van het Koninkrijk, aan de Hoge Raad der Nederlanden, alsmede aan de Gouverneur en de Staten van de Nederlandse Antillen.
Gedaan te Den Haag, 25 november 1975.

De vlag van de Republiek SurinameDe vlag van de Republiek Suriname bestaat uit een rechthoekig veld, waarop vijf horizontaal lopende balken (resp. groen, wit, rood, wit, groen) en een vijfpuntige gele ster voorkomen.Het groen, aldus de toelichting van de regering, symboliseert de vruchtbaarheid van Suriname; tevens verbeeldt deze kleur de hoopvolle verwachting, het nieuwe Suriname.Het wit symboliseert gerechtigheid en vrijheid.Het rood symboliseert de progressiviteit, het nimmer aflatend streven van de natie zich met de daad te blijven inzetten voor de vernieuwing van de mens en samenleving.De gele ster symboliseert de opofferende eensgezindheid en de gerichtheid op de gouden toekomst.Met het in top gaan van dit nationale symbool op 25 november 1975 kwam de in 1959 vastgestelde uitvoering van de vlag te vervallen.

Wapen van de Republiek SurinameOp de onafhankelijksheidsdatum van Suirname kreeg de Republiek het officiële wapen, waarin een aantal elementen uit het oude-niet-officiële-wapen is opgenomen, zoals het devies ‘ Justitia – Pietas – Fides’ ( gerchtigheid, liefde, trouw), de Indiaanse schilddragers en het schip. Deze drie elementen zijn al te vinden op het zegel dat in 1683 werd vastgesteld door de Geoctroyeerde West-Indische Compagnie.De linkerhelft, aldus de toelichting van de regering, symboliseert het verleden, waarin de slaven per schip uit Afrika werden aangevoerd. De rechterhelft is de kant van het heden, gesymboliseerd door de koningspalm, ook het symbool van de gerechte mens (‘De gerechte zal opbloeien als een palm’).De ruit is de gestileerde vorm van het hart, dat als het orgaan van de liefde wordt beschouwd. De punten van de ruit zijn naar de vier windstreken gericht. Als symbool van vertrouwen verzinnebeeldt de ster, naast hoop, verwachting en vrede, ook het ‘Fides’ uit de wapenspreuk. De vijf punten waaruit de ster bestaat, herinneren behalve aan de vijf werelddelen, bovendien nog aan de vijf grote bevolkingsgroepen waaruit de Surinaamse natie bezig is te ontstaan.
(Bron Vlag en Wapen van de Republiek Suriname: Encyclopedie van Suriname, Stichting Encyclopaedie van Suriname, B.V. Uitgeversmaatschappij Argus Elsevier, ISBN 9010018423, 1969)

Bevolkings samenstellingSuriname heeft een multi-raciale bevolking met een verscheidenheid aan cultuuruitingen. De etnische verscheidenheid vindt haar ontstaan in de koloniale tijd. Van oudsher zijn de groepen Creolen, Hindoestanen en Javanen de grootste bevolkingsgroepen van ons land.Uit de laatst gehouden Algemene Volks- en Woningtelling in ons land blijkt dat twee van de grootste bevolkingsgroepen in aantal afgenomen zijn in de afgelopen jaren, terwijl er een toename valt te constateren bij de Javaanse groep. In onderstaande tabel is de bevolking naar etniciteit 1972 – 2004 verdeeld.
Bevolking naar etniciteit 1972 - 2004
Etnische groep
Bevolking 1972
Bevolking 2004
Marron
35,838
72,553
Creool
119,009
87,202
Hindoestaan
142,917
315,117
Javaan
57,688
71,879
Gemengd 1)
-
61,524
Andere 1)
24,155
31,975
Onbekend
-
32,579
Totaal
379,607
492,8291) Deze groepen zijn niet geheel vergelijkbaar, omdat in 1972 de categorie gemengd ook bij “Overige” (i.c. Andere) was ingedeeld.
(Bron: Zevende Algemene Volks-en Woningtelling in Suriname, Algemeen Bureau voor de Statistiek Censuskantoor, Suriname in cijfers no.213 – 2005/02, augustus 2005)

Volkslied van de Republiek SurinameGod zij met ons Suriname.Hij verheff’ ons heerlijk land.Hoe wij hier ook samen kwamen,aan zijn grond zijn wij verpand.Werkend houden w’in gedachten.Recht en waarheid maken vrij.Al wat goed is te betrachten.Dat geeft aan ons land waardij.
Opo kondre man oen opo!Sranan gron e kari oen.Wans ope tata ko mo powi moe seti kondre boen.Stré de f’stre wi no sa fredeGado de wi fesi man.Heri libi te na dedewi sa fetie gi Sranan.
Het volkslied, het Nederlands couplet, waarvan de tekst tevens tot officiële tekst werd verheven, werd in 1893 door de Lutherse predikant C.A. Hoekstra geschreven.Jaren later dichtte Trefossan een couplet, dat de eenheid van het Surinaamse volk en de verbondenheid met het grondgebied benadrukte. De Surinaamse versie gaf het nederlands couplet weer en trad bij Landsverordening van 15 december 1959 in werking.
(Bron: Paramaribo Wegwijzer, Talgraphics visual communication n.v.)

21-02-2010

AIRMAIL STAMP SURINAME AVIATION LUCHVAART IN SURINAME





Hoewel er al in de jaren dertig luchtvaartverbindingen tussen Suriname en andere landen bestonden (van onder andere KLM), had Suriname zelf geen luchtvaartactiviteiten – behalve dan die van sportvliegers. Pas in 1953 werd door een privé-initiatief het idee opgeworpen om een eigen Surinaamse luchtvaartmaatschappij op te richten.
De bedoeling was om een regelmatige verbinding tussen de verschillende Surinaamse steden creëren. In 1955 werd gestart met binnenlandse activiteiten. De lijnverbinding tussen Paramaribo en de kleine bauxietertsstad Moengo, waarbij gebruik werd gemaakt van sportvliegtuigen, kwam tot stand. Tenslotte werd op 30 augustus 1962 de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij officieel opgericht. De Surinaamse regering was zich namelijk eveneens bewust geworden van de noodzaak om het binnenland te ontsluiten en een groot aantal landingsmogelijkheden te creëren. De SLM assisteerde door de aankoop van Bell-47G helikopters, die ook werden gebruikt voor besproeiing in het rijstdistrict bij Wageningen en zelfs over de grens, in Guyana. Er werden verschillende lijnvluchten op diverse plaatsen in Suriname uitgeprobeerd, alsmede verschillende types vliegtuigen. Na jarenlange ervaring met de DHC Twin Otters, die STOL (Short Take Off and Landing) waren, werd voor deze vliegtuigen gekozen. Tegenwoordig gebruikt de SLM twee van deze toestellen op haar binnenlandse routes.
De Internationale activiteiten van de SLM begonnen in 1964, toen er een pool-overeenkomst werd gesloten tussen de KLM, ALM en SLM om gezamenlijk de route tussen Paramaribo en Curaçao, met stops in Georgetown (Guyana) en Port of Spain (Trinidad) te opereren. Nadat de ALM zelfstandig ging opereren, trok de KLM zich uit de pool terug en gingen de ALM en de SLM samen door. Oorspronkelijk was de deelname van de SLM beperkt tot cabinepersoneel en de marketing activiteiten in de twee Guyana’s. Later kwamen daar ook piloten bij. Aan de vooravond van de Surinaamse onafhankelijkheid, in 1975 boekte de SLM succes in de onderhandelingen om de Mid-Atlantische route in haar pakket te krijgen. En op 2 november 1975 steeg de trotse vrije vogel van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij op. Ze deed dit met een geleasde DC-8/63 van KLM en SLM’s heldere kleuren en met een volledige SLM-bemanning. De Surinaamse luchtvaart bewees op eigen benen te kunnen staan.
Als resultaat van de uitbreiding van de faciliteiten konden ook regelmatige cargodiensten worden geïntroduceerd tussen Curaçao, Manaus, Miami, Panama en Paramaribo. Gedurende de jaren negentig breidde de SLM opnieuw haar routes uit

05-02-2010

EDGAR CAIRO SURINAME AUTEUR


Edgar Eduard Cairo (Paramaribo, 7 mei 1948Amsterdam, op of voor 16 november 2000) was een Surinaams auteur
Biografie
Cairo werd geboren te Paramaribo. Zijn ouders waren afkomstig van een voormalige plantage in het district Para. Hij volgde de lagere school bij de fraters, en haalde het diploma aan de Algemene Middelbare School (AMS). Vervolgens vertrok hij in 1968 naar Amsterdam waar hij Nederlands en Algemene Literatuurwetenschap studeerde.
In zijn laatste boeken openbaarde zich een ernstige psychose. Ook liet hij in 1988 een advertentie in een krant plaatsen met de tekst Jezus terug op aarde. Edgar Cairo, Gods zoon, spreekt alle talen met Jaweh's stem en doet grote wonderen.
Cairo werd op 16 november 2000 dood aangetroffen in zijn woning in Amsterdam-Oost. Hij was overleden aan een maagbloeding; op welke dag precies kon niet worden vastgesteld. Hij is 52 jaar geworden.
[bewerken] Werken
Cairo debuteerde in 1969 met Temekoe, een sterk autobiografische novelle in het Sranan over een vader-zoonrelatie, later herschreven in het Surinaams-Nederlands als Temekoe/Kopzorg (1979) en nogmaals in het Algemeen Nederlands als Kopzorg (1988). Hij hanteert in veel van zijn werken een Surinaams-Nederlands dat hij met zijn eigen vondsten heeft verrijkt tot het "Cairojaans". Vooral uit Surinaamse hoek werd dit nogal bekritiseerd. In Suriname is zijn meest gelezen boek Kollektieve schuld (1976) over winti-perikelen in een familie.
Cairo was sterk beïnvloed door de orale tradities van stads- en Para-negers en was zelf een bekend voordrachtskunstenaar. Hij publiceerde in totaal een tiental dichtbundels, zeven toneelstukken, een tiental forse romans, twee bundels columns en voorts verspreide verhalen en essays. Zijn hele werk draait om het negerschap in al zijn facetten. Vooral het leven op de Surinaamse achtererven heeft hem vaak geïnspireerd. Sommige van zijn boeken spelen in Suriname, zoals Adoebe lobi/Alles tegen alles (1977), over de strijd van een ambitieuze student die tussen verschillende maatschappelijke milieus terechtkomt, en Mi boto doro/Droomboot havenloos (1980), over de "hosselproblemen" en idealen van een paar jongens met een bus. Andere werken spelen in het Caraïbisch gebied, zoals het stuk Dagrati! Dagrati!/Verovering van De Dageraat (1980) over een slavenopstand in Guyana in 1763. Weer andere in Nederland als zijn roman over de Decembermoorden, De smaak van Sranan Libre, en het koningsdrama Het koninkrijk IJmond/ Ba Kuku Ba Buba (1985). Zijn poëzie in het Sranan en Surinaams-Nederlands werd verzameld, opnieuw gerangschikt en vertaald in Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding (1983) met een zeer uitgebreide, maar nogal slordige inleiding. Zijn eerste columns voor de Volkskrant werden gebundeld in Ik ga dood om jullie hoofd (1980).
In zijn schrijversloopbaan is Cairo’s aandachtsveld langzaam verschoven: van de neger als slaaf en vrije in Suriname naar die in het Caraïbisch gebied, later naar de zwarte als immigrant in een witte samenleving, uitgestotene en kosmopoliet, weer later naar de geschiedenis van het bestaansverdriet van de Afrikaanse neger in Nyumane/ln mensennaam (1986). Het grootste deel van zijn boeken is verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer.
[bewerken] Aandacht
Tijdens de hoogtijdagen van zijn publicatietijd was Cairo een meester in het genereren van publieke belangstelling. Zijn klacht dat hij nooit een positieve recensie kreeg was ongegrond: hij kreeg veel aandacht van de literaire kritiek, en minsens zoveel positieve als afwijzende recensies. Na zijn overlijden verdween de aandacht voor zijn werk. Die leefde weer enigszins op toen 25 jaar na de decembermoorden zijn roman De smaak van Sranan libre verscheen, die eerder in hoorspelvorm aan het einde van 1982 was uitgezonden door Radio Nederland Wereldomroep.De Werkgroep Caraïbische Letteren plaatste op 5 september 2009 de persoon en het werk van Cairo opnieuw in de schijnwerpers met een groot programma, met o.m. een theatrale bewerking van Cairo's teksten door Michiel van Kempen waarin Edgar Cairo gespeeld werd door Felix Burleson, en een debat onder leiding van Noraly Beyer waaraan Abdelkader Benali, Maarten van Hinte, Ellen Ombre, Rappa en Michael Tedja deelnamen.
[bewerken] Over Edgar Cairo
Michiel van Kempen, 'Edgar Cairo'. In: Kritisch Lexicon van de Moderne Nederlandstalige Literatuur, no. 36, februari 1990. (biografie, beschouwing, uitgebreide primaire en secundaire bibliografie)
Michiel van Kempen, Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda: De Geus, 2003, deel II, pp. 1018-1022,1085-1098.
Michiel van Kempen, '23 december 1978: Edgar Cairo’s eerste column voor de Volkskrant; 23 januari 1996: Kader Abdolah’s eerste columns voor de Volkskrant; De Nederlandse taal als onderdrukker en bevrijder.' In: Kunsten in beweging 1980-2000; Cultuur en migratie in Nederland. Redactie Rosemarie Buikema en Maaike Meijer. Den Haag: Sdu Uitgevers, 2004, pp. 19-35.
[bewerken] Zie ook
Lijst van Surinaamse schrijvers
Surinaamse literatuur
Decembermoorden
[bewerken] Externe links
Edgar Cairo in de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren
De complete tekst van Kollektieve schuld in DBNL
De complete tekst van Djari/Erven in de DBNL
Edgar Cairo in het Biografieënproject van de DBNL
Lezing van Els Moor over Edgar Cairo
Radio Nederland Wereldomroep over Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding
[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen, noten en/of referenties:
Dit artikel is – met toestemming van de auteur – gebaseerd op een lemma uit Michiel van Kempen, Surinaamse schrijvers en dichters (Amsterdam: De Arbeiderspers, 1989).

03-02-2010

CARICOM SUMMIT ON YOUTH IN SURINAME JANUARI 2010



DECLARATION OF PARAMARIBO ON THE FUTURE OF YOUTH IN THE CARIBBEAN COMMUNITY

We, the Heads of Government of the Caribbean Community (CARICOM), meeting at the Torarica Hotel, Paramaribo, Suriname on 30 January 2010 on the occasion of a Special Regional Summit on Youth Development:
Conscious that regional integration holds the key to the optimal development of the small developing countries of the Community and the regional population, the majority of which is under the age of 30;
Affirming our belief that the unique perspective, creativity, energy and other assets which young people possess are essential elements of societal change, technological innovation and development, making them invaluable assets and partners in development and not problems to be solved;
Welcoming the United Nations proclamation of 2010 as the International Year of Youth which gives heightened importance to this first Special Summit of CARICOM Heads of Government on Youth Development and the report of the CARICOM Commission on Youth Development;
Inspired by the historic contributions of Caribbean youth to social, technological, political and even economic change within this region and beyond;
Acknowledging the corrosive impact of poverty, social inequalities and marginalisation on youth health and well being, the impact of globalisation on traditional values and attitudes and the dual impact of global streams of information and culture on youth dreams, aspirations, risk and vulnerability;
Impelled by a determination to strengthen the Regional Strategy for Youth Development to promote, in particular, citizenship and Caribbean identity; youth health, protection and well being; new and younger leadership, governance and participation and social and economic empowerment, productivity and competitiveness;
Fully convinced of the benefits to be derived from institutionally strengthening and raising the profile of Departments responsible for Youth Affairs, National Youth Councils, the CARICOM Youth Ambassador Programme and other youth governance structures;
Recognising the historical contributions of the Commonwealth Youth Programme (CYP), United Nations Population Fund (UNFPA), United Nations Development Programme (UNDP), United Nations Children’s Fund (UNICEF) and other development partners towards the development and empowerment of Caribbean youth, the establishment of youth work as a professional occupation and the strengthening of Youth Organisations/NGOs and Departments responsible for Youth Affairs;
Endorsing the main recommendations of the CARICOM Commission on Youth Development with regard to the CSME, youth governance, human resource development, sports and culture;
Declare –
• Our intention to explicitly recognise and clearly articulate the role of youth in Caribbean development in the amended Revised Treaty of Chaguaramas; and to ensure that this role is enshrined in national and regional development strategies, together with provisions for youth mainstreaming, youth-adult partnership and youth participation across all sectors;
• That we welcome the United Nations Proclamation of 2010 as the International Year of Youth which enhances the symbolic relevance of this first Special Summit of CARICOM Heads of Government on Youth Development and the timeliness of the report of the CARICOM Commission on Youth Development;
• That we support actions aimed at establishing a clearly defined research and policy agenda as the framework for empowering and developing youth in the region, informed by the several research papers undertaken for the CCYD as part of its investigations; complemented by a central mechanism for storing and analysing research and best practice data; and supported by development partners and donors in the Region;
• Our commitment to initiatives to create a mass movement of young people in support of regional integration and to shape a sense of common identity and destiny through mechanisms and strategies such as ICT, youth-led advocacy and peer sensitisation networks, youth exchanges, sports and culture;
• Our full support for auditing Departments responsible for Youth Affairs and for developing, by mid-2011, comprehensive restructuring plans informed by regional guidelines which include coordination of youth development initiatives nationally; mainstreaming youth; strategic planning and evidence-based/research-driven programming; forming strategic alliances and implementation partnerships with youth organisations/NGOs/CBOs and development agencies; coordinating the implementation of the Regional Strategy for Youth Development; and translating regional policy into national action;
• That we strongly endorse the recommendation to use the Commission on Youth Development’s research findings to strengthen the Regional Strategy for Youth Development and to develop complementary CARICOM Youth Development Goals, targets and indicators as desirable outcomes for youth well-being and empowerment;
• Our commitment to recognise and provide incentives for outstanding youth talent, excellence and volunteerism though the establishment of a regional youth award at the level of the Order of the Caribbean Community and a multi-agency Regional Youth Awards and Incentives Programme;
• That we will support policies and programmes to engage the creative intellect and energy of a diverse youth population in facing the challenges of globalisation and the CSME, and to develop national and regional youth governance networks with clearly articulated roles for National Youth Councils, CARICOM youth Ambassadors and other national and regional structures.
• That the inter-relatedness of education, health, labour and other social sector areas require the development of youth mainstreaming, the development of collaborative multi-sectoral strategies and the coordination and harmonisation of the efforts of the public and private sector, civil society and development partners;
• Our commitment to take account of the gender dimension in all of our programmes aimed at youth development and empowerment and to embrace the role of the media as a responsible partner in all our efforts to empower and develop young people;
• Our endorsement of proposals to develop, in consultation with regional and international agencies and donors, the modalities for a sustainable regional mechanism for financing the operationalisation and implementation of the commitments arising out of this Special Summit on Youth Development; and for strengthening the capacity of the CARICOM Youth Desk to provide oversight of the implementation and monitoring of the Regional Strategy for Youth Development and of this Declaration;
• Our strengthened resolve to scale up initiatives to commemorate International Youth Day on 12 August 2010 as well as Caribbean Youth Day on 30 September 2010.
Paramaribo, Suriname30 January 2010
CONTACT: piu@caricom.org

NEDERLANDSE TAALUNIE EN SURINAME 2007 2008



De Nederlandse Taalunie is een beleidsorganisatie waarin Nederland, Vlaanderen en Suriname samenwerken op het gebied van het Nederlands. De belangrijkste werkterreinen zijn: de Nederlandse taal zelf, het Nederlands in digitale toepassingen, onderwijs in en van het Nederlands, literatuur en leesbevordering, en de positie van het Nederlands in Europa en in de wereld.
Een taal, drie landen
Het Nederlands is de moedertaal van zestien miljoen Nederlanders en zes miljoen Vlamingen. Nederland en Vlaanderen ontwikkelen al sinds 1980 een gemeenschappelijk beleid voor het Nederlands. Deze samenwerking is, na een lange voorgeschiedenis, vastgelegd in het Verdrag inzake de Nederlandse Taalunie. Voor veel Surinamers is het Nederlands de moedertaal of de tweede taal. Het is de officiële taal in het onderwijs en bij de overheid. Daarom is Suriname sinds 2004 geassocieerd lid van de Taalunie. In 2007 is een raamwerkovereenkomst voor samenwerking gesloten met de Nederlandse Antillen. Samen investeren we in de toekomst van onze taal. Gezamenlijke inspanningen zijn immers efficiënter.
Nederlands zonder drempels
Zo weinig mogelijk drempels voor gebruikers van de Nederlandse taal is de missie van de Taalunie. Daarmee wordt bedoeld: we willen elke taalgebruiker steunen om het Nederlands te hanteren voor alles waar een taal voor kan dienen, met respect voor ieders eigen manier van spreken en schrijven.